Ingezonden stuk

Het verhaal van Dunbar High School (Thomas Saul) is meer dan een schoolgeschiedenis. Het is een verhaal over waardigheid, discipline en collectief zelfvertrouwen. In een tijd waarin zwarte kinderen structureel werden buitengesloten, onderschat en beperkt, liet Dunbar High School zien dat talent niet pas ontstaat wanneer een systeem daarvoor toestemming geeft. Talent is er al. Het komt tot bloei wanneer een gemeenschap besluit dat haar kinderen méér zijn dan de grenzen die anderen voor hen hebben bedacht.
Dunbar maakte zichtbaar dat onderdrukking geen gebrek aan intelligentie veroorzaakt. Wat onderdrukking wél probeert te doen, is kansen beperken, zelfvertrouwen ondermijnen en mensen laten geloven dat middelmatigheid hun natuurlijke bestemming is. Maar wanneer kinderen worden omringd door hoge verwachtingen, sterke leraren, discipline, cultuur en geloof in hun mogelijkheden, verandert onderwijs in een instrument van bevrijding.
De kracht van Dunbar lag daarom niet alleen in goede cijfers of academische prestaties. De diepere betekenis lag in de boodschap die de school uitdroeg: onze kinderen zijn niet minder. Zij hoeven niet te wachten totdat iemand anders hen waardig verklaart. Zij hebben recht op kennis, karaktervorming, leiderschap en excellentie.
Juist daarom is dit verhaal ook relevant voor onze eilanden. Curaçao, Aruba en Sint Maarten beschikken over jongeren met talent, visie en innerlijke kracht. Maar talent heeft richting nodig. Onderwijs mag niet uitsluitend gericht zijn op het aanpassen van jongeren aan een bestaand systeem. Onderwijs moet ook mensen vormen die hun gemeenschap begrijpen, hun geschiedenis kennen en de moed ontwikkelen om hun land verder te brengen.
Wanneer een volk zijn kinderen werkelijk serieus neemt, hoeft zelfs een gesloten deur geen definitieve grens te zijn. Maar wanneer een samenleving lage verwachtingen accepteert, wordt achterstand langzaam genormaliseerd.
Die les beperkt zich niet tot het klaslokaal. Zij raakt ook aan de manier waarop wij onze publieke instituties vormen, versterken en bemensen. Afgelopen zaterdag kwam tijdens een debat over onze politiedienst een zorgwekkende vraag naar voren: waarom lijkt het korps steeds meer moeite te hebben om voldoende goed opgeleide, goed getrainde en professioneel gevormde politiemensen voort te brengen? Daarbij werd terechtgewezen op het belang van mentorschap. Waar mentorschap vroeger een prominente rol speelde in de brede vorming van jonge politieagenten, wordt juist dat element vandaag binnen het korps als een groot gemis ervaren.
Dat roept bredere vragen op die wij als gemeenschap niet mogen ontwijken. Hoe begeleiden wij jonge politieagenten? Beschikken wij nog over een echte kweekvijver waarin talent tijdig wordt herkend, gevormd en behouden? Is het huidige recruitmentproces voldoende doordacht, professioneel en toekomstgericht? En investeren wij genoeg in de mensen die dagelijks verantwoordelijkheid dragen voor veiligheid, vertrouwen en rechtsorde?
Deze vragen raken aan meer dan personeelsbeleid alleen. Zij raken aan onze opvatting over vorming, verantwoordelijkheid en institutionele continuïteit. Een sterke samenleving ontstaat niet vanzelf. Zij wordt gebouwd door mensen die niet alleen worden aangenomen voor een functie, maar ook worden begeleid, gevormd, gecorrigeerd, uitgedaagd en geïnspireerd om boven zichzelf uit te groeien. Zonder mentorschap verliest een organisatie niet alleen ervaring, maar ook cultuur, beroepstrots en morele richting.
Daarom moeten wij opnieuw durven kiezen voor excellentie. Niet als arrogantie, maar als verantwoordelijkheid. Niet alleen voor enkelen, maar als gemeenschappelijke norm. Onze kinderen en jongeren moeten leren dat zij niet geboren zijn om klein te denken. Zij zijn erfgenamen van strijd, waardigheid, kracht en mogelijkheden. Dat geldt voor het onderwijs, maar evenzeer voor de politie, het openbaar bestuur, de zorg, het bedrijfsleven en elke andere sector waarin de toekomst van onze gemeenschap wordt gevormd.
Dunbar High School herinnert ons eraan dat echte vooruitgang begint wanneer een gemeenschap zegt: wij wachten niet langer op erkenning van buitenaf. Wij bouwen zelf. Wij onderwijzen zelf. Wij vormen zelf. Wij verheffen zelf. En wij laten niet toe dat de pijn van gisteren de grenzen bepaalt van de toekomst van onze kinderen.
Deze bijdrage moet daarom worden gelezen als een uitnodiging tot reflectie. Niet als een verwijt, niet als een poging om verdeeldheid te creëren, maar als een oproep om bewuster na te denken over wat wij onze kinderen en jonge professionals meegeven. Elke samenleving die haar toekomst serieus neemt, moet zich durven afvragen welke overtuigingen zij overdraagt, welke verwachtingen zij normaliseert en welk beeld van eigenwaarde zij in de volgende generatie plant.
De les van Dunbar is in dat opzicht geen aanklacht, maar een spiegel. Zij herinnert ons eraan dat vooruitgang begint wanneer een gemeenschap haar mensen niet alleen opleidt, maar hen ook leert geloven in hun eigen waarde, hun eigen kracht en hun eigen vermogen om richting te geven aan de toekomst. Excellentie begint niet met toestemming. Excellentie begint wanneer een volk besluit zijn kinderen, zijn instituties en zijn toekomst serieus te nemen.