Wie wordt de eigenaar van de Curaçaose toekomst als de buitenlandse vraag groeit?

Ingezonden stuk

CTB Curacao thumbnail

“No-residentenan a haña mas tantu fiansa den 2025” EXTRA 19 mei 2026

De berichtgeving in het ochtendblad EXTRA van 19 mei 2026, waarin wordt gesteld dat niet-residenten in 2025 aanzienlijk meer hypothecaire financiering hebben verkregen op Curaçao, verdient méér dan een oppervlakkige lezing. Op het eerste gezicht kan deze ontwikkeling worden gezien als een teken van vertrouwen in onze economie, onze vastgoedmarkt en onze financiële sector. Zij kan erop wijzen dat Curaçao aantrekkelijk blijft voor buitenlandse investeerders en dat banken bereid zijn de vastgoedmarkt actief te blijven financieren. Maar juist daarom verdient deze ontwikkeling ook een kritische vervolgvraag: is dit werkelijk een teken van brede economische vooruitgang, of zien wij hier de eerste contouren van een woningmarkt waarin lokale inwoners steeds moeilijker kunnen concurreren?

Toch roept deze ontwikkeling ook een fundamentele vraag op: is dit werkelijk een ontwikkeling waarover wij zonder meer trots moeten zijn, of legt zij juist een onderliggende kwetsbaarheid bloot?

Wanneer wordt gesteld dat Curaçao aantrekkelijk is voor buitenlandse investeerders, zou men in een gezonde economische context mogen verwachten dat er ook daadwerkelijk vers kapitaal het land binnenstroomt. Buitenlandse investeringen kunnen bijdragen aan werkgelegenheid, bouwactiviteiten, renovatie van vastgoed, toeristische ontwikkeling en bredere economische dynamiek. Dat is op zichzelf positief.

Maar de vraag is of de in het artikel beschreven groei werkelijk hetzelfde betekent als duurzame economische vooruitgang. Indien niet-residenten in toenemende mate hypothecaire financiering verkrijgen van lokale banken, dan is de kernvraag niet alleen óf buitenlanders investeren, maar vooral met welk kapitaal en onder welke voorwaarden. Wordt er daadwerkelijk vers buitenlands kapitaal Curaçao binnengebracht, of krijgen niet-residenten in de praktijk gemakkelijker toegang tot lokale financiering dan lokale inwoners?

Daarmee komen wij bij de maatschappelijke betekenis van deze cijfers. Indien hypotheken aan niet-residenten met meer dan 30% stijgen, terwijl de financiering aan residenten slechts beperkt groeit, dan is het onvoldoende om dit uitsluitend als economisch succes te presenteren. Dan moet ook worden onderzocht of lokale huishoudens nog voldoende toegang hebben tot de woningmarkt.

De relevante vragen zijn concreet. Beschikken lokale mensen over voldoende inkomen om een hypotheek te kunnen dragen? Hoeveel hypotheekaanvragen zijn in 2025 door residenten ingediend? Welk percentage daarvan is goedgekeurd? En even belangrijk: om welke redenen zijn aanvragen van lokale bewoners afgewezen? Ging het om onvoldoende inkomen, tijdelijke arbeidscontracten, te hoge bestaande schulden, gebrek aan eigen inbreng, onzekerheid over waardering van het vastgoed, of strengere bancaire acceptatiecriteria?

Zonder deze gegevens blijft de conclusie onvolledig. Groei in kredietverlening zegt namelijk niet automatisch iets over brede economische vooruitgang. Een economie kan groeien in transactiewaarde, terwijl de gemiddelde burger steeds minder toegang krijgt tot eigendom. Vastgoed kan aantrekkelijker worden als beleggingsobject, terwijl wonen voor lokale gezinnen juist moeilijker wordt.

Daarom moet deze ontwikkeling niet worden besproken vanuit emotie of afwijzing van buitenlandse investeerders. Curaçao heeft buitenlandse investeringen nodig en moet een open, betrouwbare en professionele investeringsbestemming blijven. Maar openheid mag niet betekenen dat de lokale bevolking langzaam uit haar eigen woningmarkt wordt gedrukt.

Een evenwichtige beleidsreactie zou beginnen met transparantie. De Centrale Bank, commerciële banken en beleidsmakers zouden periodiek inzicht moeten kunnen geven in de verdeling van hypotheekverlening tussen residenten en niet-residenten, het aantal aanvragen, het goedkeuringspercentage, de gemiddelde inkomenscategorieën, de gemiddelde woningwaarde en de voornaamste afwijzingsgronden. Niet om banken te bekritiseren, maar om te begrijpen of de financiële markt nog voldoende aansluit bij de sociale realiteit van Curaçao.

Daarnaast moet de bredere vraag worden gesteld of lonen, arbeidszekerheid en koopkracht van lokale huishoudens nog in verhouding staan tot de ontwikkeling van vastgoedprijzen. Als lokale inkomens achterblijven, terwijl vastgoedprijzen stijgen door externe vraag, ontstaat op termijn een maatschappelijk probleem. Eigendom wordt dan steeds meer geconcentreerd bij wie toegang heeft tot kapitaal, en steeds minder bereikbaar voor wie hier woont, werkt en belasting betaalt.

De kern is dus niet dat financiering aan niet-residenten verkeerd is. De kern is dat wij moeten weten of deze groei gepaard gaat met versterking van de lokale economie, of met verdringing van lokale kansen.

 

Curaçao mag aantrekkelijk zijn voor buitenlandse investeerders. Maar Curaçao moet in de eerste plaats leefbaar en bereikbaar blijven voor haar eigen bevolking. Werkelijke economische groei is pas duurzaam wanneer zij niet alleen zichtbaar is in bankportefeuilles en vastgoedtransacties, maar ook in de mogelijkheid van lokale gezinnen om vermogen op te bouwen, een woning te kopen en deel te nemen aan de vooruitgang van hun eigen land.

De auteur is bij de redactie volledig geïdentificeerd

Redakshon Clarity

Redakshon Clarity

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *