This is a title
- Menselijke waardigheid mag geen politiek experiment worden
- Niet alles wat kan, mag.
- Menselijke waardigheid is niet onderhandelbaar!
In Nederland is recent een wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen dat diepe morele, juridische en maatschappelijke vragen oproept. Volgens de parlementaire behandeling raakt dit voorstel aan de verruiming van mogelijkheden rondom embryo-onderzoek en toekomstige biomedische technieken. Hoewel de wetgever spreekt over wetenschappelijke vooruitgang, zorgvuldige toetsing en strikte voorwaarden, kan de samenleving niet voorbijgaan aan de fundamentele vraag die hierachter schuilgaat. Hoe ver mag een samenleving gaan wanneer technologie, wetgeving en ideologie steeds dieper ingrijpen in het ontstaan, de bescherming en de waardigheid van menselijk leven?
Met de ingrepen die het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel in Nederland mogelijk beoogt te maken, wordt naar onze overtuiging een moreel grensgebied betreden dat niet lichtvaardig mag worden overschreden. Zelfs indien sprake zou zijn van wetenschappelijke waarborgen en formele toetsingsmechanismen, blijft de principiële zorg bestaan dat hiermee de deur op een kier wordt gezet voor ontwikkelingen die diep kunnen ingrijpen in de menselijke waardigheid, de bescherming van kwetsbaar en ongeboren leven, en de ethische fundamenten van onze samenleving. Wanneer eenmaal wordt toegestaan dat menselijk leven in toenemende mate onderwerp wordt van technische maakbaarheid, selectie, manipulatie of experimentele ordening, ontstaat het risico dat grenzen die vandaag nog als uitzonderlijk worden gepresenteerd, morgen als normaal worden beschouwd. Juist daarin schuilt het gevaar. Niet elke wetenschappelijke mogelijkheid verdient automatisch juridische erkenning. Niet alles wat technisch kan, mag maatschappelijk of moreel worden gelegitimeerd.
Deze ontwikkeling is des te zorgwekkender wanneer men bedenkt dat wetgeving die in Europees Nederland begint, op termijn ook invloed kan krijgen op het bredere Koninkrijk. Voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten is dit een bijzonder gevoelig punt. Op onze eilanden zijn de waardigheid van het leven, de bescherming van het gezin, eerbied voor menselijke kwetsbaarheid en respect voor diepgewortelde normen en waarden geen abstracte begrippen. Zij vormen onderdeel van het morele fundament van onze gemeenschappen. Daarom mag niet worden toegestaan dat zulke fundamentele keuzes via een geleidelijk juridisch proces uiteindelijk ook aan de Caribische delen van het Koninkrijk worden opgedrongen, terwijl wordt gedaan alsof deze samenlevingen daar zelf vrij en bewust voor hebben gekozen. Dat zou niet alleen bestuurlijk onzorgvuldig zijn, maar ook democratisch problematisch. Een samenleving mag niet via kleine stappen worden meegenomen in een morele koerswijziging waarvan de volle consequenties pas later zichtbaar worden.
Dit is geen pleidooi tegen wetenschap. Wetenschap kan genezen, verlichten en vooruitbrengen. Maar wetenschap zonder morele begrenzing kan ook ontmenselijken. Juist daarom moet de wetgever niet alleen vragen wat mogelijk is, maar vooral wat verantwoord is. De bescherming van menselijke waardigheid mag nooit afhankelijk worden gemaakt van technologische ambitie of politieke meerderheid. Menselijk leven is geen beleidsinstrument. Het gezin is geen laboratorium. En menselijke waardigheid is niet onderhandelbaar. Voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten is daarom waakzaamheid geboden. Niet vanuit angst, maar vanuit verantwoordelijkheid. Niet vanuit afwijzing van vooruitgang, maar vanuit het besef dat ware vooruitgang de mens beschermt, in plaats van hem tot object van experiment of ideologie te maken.
De kernvraag is eenvoudig maar fundamenteel.
Willen wij een samenleving waarin de mens centraal staat, of een samenleving waarin de mens steeds verder wordt onderworpen aan technische maakbaarheid en politieke besluitvorming? Die vraag verdient een open, eerlijk en breed maatschappelijk debat niet alleen in Nederland, maar binnen het gehele Koninkrijk. Want wanneer het gaat om menselijke waardigheid, bescherming van kwetsbaar leven en de morele grenzen van wetgeving, mag geen enkel deel van het Koninkrijk zwijgen. Een werkelijk humane samenleving beschermt het leven en erkent dat menselijke waardigheid niet onderhandelbaar is.
Dit is een oproep tot morele waakzaamheid
De auteur is bij de redactie volledig geïdentificeerd, maar blijft op verzoek vertrouwelijk.









