Is Curaçao echt onderdanig anno 2026?

Ingezonden stuk

CTB Curacao thumbnail

Diep Triest

Afgelopen weekend werd Curaçao opnieuw geconfronteerd met een discussie die veel groter is dan voetbal alleen. Het ging formeel over de vraag wie het Curaçaose elftal naar het WK moet leiden. Dick Advocaat of Fred Rutten. Maar onder de oppervlakte ging het over iets veel fundamenteler, zelfrespect, bestuurlijke onafhankelijkheid, nationale waardigheid en de vraag of Curaçao in 2026 werkelijk in staat is om zelfstandig koers te houden wanneer externe druk wordt uitgeoefend.

Volgens recente berichtgeving heeft Fred Rutten zich per direct teruggetrokken als bondscoach van Curaçao en wordt vanuit verschillende media gemeld dat Dick Advocaat alsnog terugkeert om Curaçao op het WK te begeleiden. De Curaçaose voetbalbond bevestigde het vertrek van Rutten, terwijl over de terugkeer van Advocaat aanvankelijk nog geen formele bevestiging in het persbericht werd gegeven.

Dat Dick Advocaat een belangrijke rol heeft gespeeld bij de historische kwalificatie van Curaçao voor het WK, staat buiten discussie. Daarvoor mag waardering bestaan. Hij heeft bijgedragen aan een sportieve prestatie die in de geschiedenisboeken van Curaçao zal blijven staan. Maar waardering voor een prestatie mag nooit betekenen dat een land zijn waardigheid inlevert. Curaçao is geen project, geen marketingplatform en geen bezit van een sponsor, lobbygroep of buitenlandse voetbalnaam.

Wat velen pijn doet, is niet alleen de terugkeer van Advocaat op zichzelf, maar vooral de manier waarop dit proces in het publieke beeld is verlopen. Advocaat heeft zich eerder teruggetrokken wegens privéomstandigheden. Daarvoor was begrip. Familie gaat vóór voetbal. Maar Curaçao werd daardoor wel op een cruciaal moment achtergelaten, namelijk enkele dagen vóór de classificatiewedstrijd tegen Jamaica vorig jaar november en wederom in de maand februari dit jaar. Vervolgens werd Fred Rutten naar voren geschoven om de verantwoordelijkheid over te nemen. Als daarna, onder druk van spelers, lobbyisten, publieke opinie en mogelijk sponsoren, alsnog wordt teruggekeerd naar de oude situatie, ontstaat onvermijdelijk de vraag. Wie neemt hier werkelijk de beslissingen? Daar komt bij dat NOS meldde dat hoofdsponsor Corendon na het WK zou stoppen omdat de bond Advocaat niet zou terugnemen, terwijl de sponsor volgens diezelfde berichtgeving aangaf de financiële afspraken voor het WK wel te zullen nakomen. Als zo’n mededeling in de publieke ruimte terechtkomt, krijgt zij al snel het karakter van druk. Misschien was dat niet de bedoeling. Maar de indruk die achterblijft, is kwalijk, alsof Curaçao slechts zelfstandig mag beslissen zolang de beslissing past binnen de wensen van kapitaal, invloed en externe belangen.

En precies daar wringt het.

Curaçao heeft een autonome status binnen het Koninkrijk. Wij spreken vaak over eigen verantwoordelijkheid, eigen bestuur, eigen cultuur, eigen identiteit en eigen toekomst. Maar wat betekent autonomie werkelijk als wij op beslissende momenten alsnog buigen voor druk van buitenaf? Wat betekent waardigheid als wij alleen rechtop staan zolang niemand met geld, macht of bekendheid tegenover ons staat?

De vraag is daarom niet alleen of Dick Advocaat een goede trainer is. De vraag is of Curaçao als land, als volk en als gemeenschap de ruggengraat heeft om zelf te bepalen wat goed is voor Curaçao.

Tula zou zich naar mijn overtuiging met veel ongemak in zijn graf hebben omgedraaid. Niet omdat hij zich met voetbal zou hebben bemoeid, maar omdat hij het patroon zou herkennen. Het patroon waarbij Curacaoënaars opnieuw moeten uitleggen waarom hun eigen keuze respect verdient. Het patroon waarbij externe druk zwaarder lijkt te wegen dan interne waardigheid. Het patroon waarbij men ons laat geloven dat wij pas meetellen wanneer een ander ons goedkeurt.

Dat is de diepere tragedie. Niet dat Advocaat terugkomt. Niet dat Rutten vertrekt. Maar dat het debat rondom deze kwestie de pijnlijke indruk heeft gewekt dat Curaçao anno 2026 nog steeds worstelt met onderdanigheid.

Wij moeten eerlijk durven zijn. Koloniale trekken verdwijnen niet automatisch door een nieuwe staatkundige status. Slavernij eindigde juridisch, maar mentale onderworpenheid kan generaties langer doorwerken. Zij leeft voort wanneer wij onze eigen mensen sneller wantrouwen dan buitenlandse namen. Zij leeft voort wanneer wij denken dat een Nederlandse coach per definitie beter weet wat goed is voor Curaçao. Zij leeft voort wanneer wij sponsors en lobbyisten meer gewicht geven dan instituties, bestuur en collectieve waardigheid.

Curaçao mag dankbaar zijn voor hulp, kennis, ervaring en samenwerking. Maar dankbaarheid mag nooit verworden tot onderdanigheid. Samenwerking is gezond wanneer zij plaatsvindt op basis van wederzijds respect. Maar wanneer de indruk ontstaat dat Curaçao moet knielen om financiële steun, publieke goedkeuring of internationale erkenning te behouden, dan is er iets fundamenteel mis.

Het nationale elftal is meer dan elf spelers op een veld. Het is een symbool. Zeker nu Curaçao zich voor het eerst op het hoogste wereldtoneel mag presenteren. Dit WK is niet alleen een sportief moment; het is een moment van nationale representatie. De wereld kijkt niet alleen naar onze spelers, maar ook naar onze houding. Naar de vraag of het kleinste land op het WK zichzelf klein laat maken, of juist laat zien dat waardigheid niet afhankelijk is van bevolkingsomvang.

Daarom moet Curaçao deze discussie niet reduceren tot vóór of tegen Dick Advocaat. Dat is te simpel. De werkelijke vraag is. Wie bepaalt de koers van Curaçao? De bond? De spelers? De sponsor? De lobby? De media? Of uiteindelijk het principe dat Curaçao zichzelf serieus moet nemen? Als Curaçao in 2026 nog steeds buigt zodra druk wordt uitgeoefend, dan moeten wij ophouden met grote woorden over autonomie. Dan moeten wij eerlijk toegeven dat de ketenen (de boeien, ijzeren of schakels) misschien niet langer om de polsen zitten, maar nog wel in het denken.

Curaçao verdient beter. Onze spelers verdienen beter. Onze gemeenschap verdient beter. En onze geschiedenis verplicht ons tot beter. Wij mogen samenwerken met wie ons respecteert. Wij mogen leren van wie ons wil versterken. Wij mogen dankbaar zijn voor wie heeft bijgedragen aan onze successen. Maar wij mogen nooit vergeten dat Curaçao geen onderdaan is.

Curaçao is geen gunst. Curaçao is geen project van een sponsor. Curaçao is geen voetnoot in het Nederlandse voetbalverhaal.

Curaçao is een volk met geschiedenis, waardigheid en recht op zelfbeschikking.

En precies daarom is de vraag gerechtvaardigd.

 Is Curaçao echt onderdanig anno 2026? Of durven wij eindelijk te zeggen:

  1. dank voor de hulp,
  2. dank voor de bijdrage,
  3. maar de waardigheid van Curaçao is niet te koop.

Erwin Raphaëla

Erwin Raphaëla

Erwin Raphaëla

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *