Topics:

Is CariFoodFund een nieuwe kans, of opnieuw een oefening in afhankelijkheid?

Ingezonden stuk

Is CariFoodFund een nieuwe kans, of opnieuw een oefening in afhankelijkheid?

De aankondiging van het nieuwe CariFoodFund klinkt op het eerste gezicht positief. Het fonds wil landbouw- en voedselprojecten op Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba financieel ondersteunen, met als doel de voedselzekerheid binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk te versterken. Volgens de berichtgeving bracht Jamy Goewie, beoogd voorzitter van de Raad van Toezicht, onlangs een bezoek aan Curaçao, waar zij sprak met agrariërs, financiële instellingen en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten over onder meer kredietverlening.

Niemand kan ontkennen dat voedselzekerheid een urgente zaak is. Onze eilanden zijn sterk afhankelijk van geïmporteerd voedsel. Die afhankelijkheid maakt ons kwetsbaar voor prijsstijgingen, logistieke verstoringen, geopolitieke spanningen en externe besluitvorming. Het idee om lokale voedselproductie te versterken verdient daarom serieuze aandacht. Ook de Rijksoverheid plaatst economische weerbaarheid, brede welvaart en versterking van de positie van de eilanden in de regio nadrukkelijk op de agenda.

Toch is enige gezonde terughoudendheid op zijn plaats. In de afgelopen decennia hebben wij vaker initiatieven gezien die tijdens conferenties, investment summits en beleidsbijeenkomsten veelbelovend werden gepresenteerd. Lokale ondernemers werden uitgenodigd om dossiers, exportplannen en businessplannen in te dienen, met het vooruitzicht op financiering, subsidies of grants. Maar de vraag blijft: wat is er uiteindelijk concreet terechtgekomen van al die trajecten?

Daarom zou het maatschappelijk zeer waardevol zijn indien publiek inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel aanvragen sinds 10-10-2010 zijn ingediend bij dergelijke fondsen en programma’s. Hoeveel businessplannen zijn daadwerkelijk goedgekeurd? Hoeveel financieringen zijn werkelijk uitgekeerd? Hoeveel projecten bestaan vandaag nog? En misschien de belangrijkste vraag: welk percentage van de goedgekeurde projecten was afkomstig van lokale Curaçaose en Caribische ondernemers, en welk percentage van externe partijen met betere toegang tot netwerken, taal, adviesstructuren en subsidiekanalen?

Zonder die transparantie dreigen goede bedoelingen te veranderen in een vorm van beleidsmatige bezigheidstherapie: veel rapporten, veel bijeenkomsten, veel foto’s en veel beloftes, maar te weinig structurele eigenaarschap bij de lokale gemeenschap.

CariFoodFund kan een nuttige bijdrage leveren, mits het niet opnieuw leidt tot grotere afhankelijkheid van Nederlandse fondsen, adviseurs en voorwaarden. Voedselzekerheid begint immers niet alleen bij geld, maar bij lokaal eigenaarschap, kennis, grond, water, technologie, markttoegang en vertrouwen in onze eigen mensen.

Misschien is dit daarom ook een wake-up call voor Curaçao. Wij moeten niet alleen vragen welke fondsen Nederland beschikbaar stelt, maar ook welke eigen financieringsvormen wij kunnen ontwikkelen: coöperatieve landbouwfondsen, diaspora-investeringen, lokale pensioenfondsparticipatie, community shares, ontwikkelingsbanken, publiek-private voedselzekerheidsobligaties en regionale Caribische investeringsplatformen.

De centrale vraag is dus niet of CariFoodFund welkom is. De echte vraag is: wordt dit fonds een instrument van zelfredzaamheid, of opnieuw een elegante verpakking van afhankelijkheid? 

Bronnen: Curaçao.nu, VNACS.nl, NU.cw en Rijksoverheid.

De auteur is bij de redactie volledig geïdentificeerd

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *