Vaderlandsliefde begint niet bij vlaggen, maar bij bewustzijn

Ingezonden stuk

bandera house thumbnail

Naar aanleiding van een uitvoerig gesprek dat ik afgelopen vrijdag met enkele vrienden tijdens een “happy hour” voerde, bleef één prikkelende vraag mij bezighouden: hoe kijken wij als Curaçaoënaars werkelijk naar onszelf, ons land en onze gezamenlijke toekomst?

Beschikken wij als gemeenschap over voldoende vaderlandsliefde? Niet als oppervlakkige trots, maar als diep bewustzijn van wie wij zijn, waar wij vandaan komen en welke verantwoordelijkheid wij dragen voor Curaçao. En draagt ons opvoedings- en onderwijssysteem daar voldoende aan bij, ook in relatie tot onze zusterlanden Aruba en Sint-Maarten?

De vraag hoe een volk over zichzelf denkt, is geen vrijblijvende vraag. Zij raakt aan identiteit, onderwijs, opvoeding, geschiedenis en toekomstvisie. Voor kleine eilandelijke samenlevingen zoals Curaçao, Aruba en Sint-Maarten is deze vraag des te belangrijker. Niet omdat vaderlandsliefde moet worden verward met blinde nationalistische trots, maar omdat geen enkele samenleving duurzaam kan groeien zonder burgers die hun land kennen, waarderen en bereid zijn daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.

Wie eerlijk naar onze geschiedenis kijkt, ziet dat onze samenlevingen lange tijd zijn gevormd door een systeem waarin onze eigen geschiedenis, cultuur en werkelijkheid te vaak op de achtergrond stonden. Kennis, succes en bestuurlijke volwassenheid werden vooral gemeten aan externe maatstaven. Onze kinderen leerden soms meer over verre landen dan over hun eigen eiland, instituties, helden en strijd om waardigheid. Internationale oriëntatie is waardevol, maar een volk dat de wereld wil begrijpen, moet eerst zichzelf leren kennen.

Opvoedings- en onderwijssysteem

Het opvoedings- en onderwijssysteem heeft een diepere maatschappelijke functie dan alleen het overdragen van taal, rekenen en beroepsvaardigheden. Onderwijs vormt ook houding, mentaliteit en bewustzijn. Het leert een kind niet alleen wat het moet weten, maar ook wie het is, waar het vandaan komt en welke verantwoordelijkheid het heeft tegenover de gemeenschap waarin het leeft. Wanneer deze dimensie ontbreekt, ontstaat een bevolking die wel diploma’s behaalt, maar onvoldoende innerlijke verbondenheid ontwikkelt met het eigen land.

Daarin ligt een belangrijke kwetsbaarheid voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Wij hebben geen gebrek aan rapporten, beleidsnota’s, adviezen of internationale modellen. De vraag is echter of wij voldoende zelfstandig nadenken over onze eigen maatschappelijke opdracht. Te vaak benaderen wij onze problemen als louter technische uitvoeringsproblemen: het beleid is er, maar de uitvoering schiet tekort; de wetgeving bestaat, maar de handhaving is zwak; de plannen zijn geschreven, maar de implementatie blijft achter. Dat is deels waar, maar niet volledig. Daaronder ligt een diepere vraag: vanuit welke filosofie richten wij onze samenleving in?

Een van de uitdagingen is dat een aanzienlijk deel van ons middenkader is gevormd binnen een sterk westers georiënteerd onderwijs- en denksysteem. Dat systeem heeft kennis, vaardigheden en professionele standaarden opgeleverd. Tegelijkertijd heeft het ook een zekere mentale afhankelijkheid versterkt: de neiging om externe modellen als vanzelfsprekend uitgangspunt te nemen en de status quo eerder te beheren dan fundamenteel te bevragen.

Daardoor ontstaat een cultuur waarin lokale kennis soms minder zwaar weegt dan kennis die van buiten komt. Externe erkenning lijkt dan belangrijker dan eigen overtuiging. Jongeren kunnen daardoor gemakkelijk het gevoel krijgen dat alles wat professioneel, waardevol of bewonderenswaardig is, elders vandaan moet komen. Dat tast zelfvertrouwen aan en kan leiden tot afhankelijkheid-denken.

De uitdaging is daarom niet alleen om meer mensen op te leiden, maar vooral om anders op te leiden. Wij hebben onderwijs nodig dat niet uitsluitend diplomagericht is, maar ook identiteitsvormend, gemeenschapsgericht en probleemoplossend. Onderwijs dat jongeren leert hoe onze economie werkt, hoe onze instituties zijn gevormd, hoe koloniale en postkoloniale structuren ons denken hebben beïnvloed en welke eigen antwoorden nodig zijn voor onze ontwikkeling.

Dat betekent niet dat westerse of internationale kennis moet worden afgewezen. Zij kan waardevol zijn. Maar zij mag niet langer het enige denkkader vormen. Curaçao, Aruba en Sint Maarten moeten externe kennis kritisch leren wegen, vertalen en dienstbaar maken aan hun eigen maatschappelijke werkelijkheid.

Werkelijke vaderlandsliefde is geen luidruchtige emotie. Zij is een houding. Zij blijkt uit verantwoordelijkheid, gemeenschapszin, zelfrespect en de bereidheid om het algemeen belang boven tijdelijk eigen voordeel te plaatsen. Een samenleving die haar eigen problemen wil oplossen, moet ook haar eigen denkers, bestuurders, leraren, ondernemers en institutiebouwers vormen.

Daarom begint vaderlandsliefde niet bij vlaggen, ceremonies of woorden. Zij begint bij bewustzijn. Pas wie weet waar hij vandaan komt, kan met overtuiging bepalen waar hij naartoe wil.

De auteur is bij de redactie volledig geïdentificeerd

Redakshon Clarity

Redakshon Clarity

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *