Zelfbeschikking zonder ontwikkelingsmacht = schijnautonomie!

Analyse

De aanleiding voor deze beschouwing ligt mede in het proefschrift van mr. dr. Germaine Rekwest over het fiscale verdragsbeleid van Curaçao. 

Autonomie zonder ontwikkelingsmacht is geen echte zelfbeschikking

Aruba, Curaçao en Sint-Maarten worden binnen het Koninkrijk autonome landen genoemd. Zij hebben een eigen parlement, een eigen regering en een eigen begroting. Maar hoeveel is die autonomie werkelijk waard wanneer de eilanden niet beschikken over alle juridische, institutionele en economische instrumenten om hun eigen toekomst vorm te geven?

Die vraag mag niet langer worden ontweken.

Autonomie klinkt indrukwekkend, maar een staatkundige titel betaalt geen rekeningen, verbetert geen onderwijs en schept geen duurzame banen. De werkelijke maatstaf is niet hoeveel ministers een land heeft, maar hoeveel ontwikkelingsruimte de bevolking daadwerkelijk ervaart. 

Zelfbeschikking zonder ontwikkelingsmacht?

De aanleiding voor deze beschouwing ligt mede in het proefschrift van mr. dr. Germaine Rekwest over het fiscale verdragsbeleid van Curaçao. Daarin beschrijft zij hoe Curaçao wel zelfstandig over belastingverdragen kan onderhandelen, maar voor de formele afronding en bekrachtiging daarvan afhankelijk blijft van het Koninkrijk en daarmee in belangrijke mate van Nederland. Zij spreekt in dat verband zelfs van een vorm van schijnautonomie.

Rekwest stelt niet letterlijk dat de eilanden bewust in hun algemene ontwikkeling zijn achtergehouden. Haar bevindingen roepen echter wel een veel bredere en ongemakkelijke vraag op: hoeveel is autonomie werkelijk waard wanneer een land niet zelfstandig kan beschikken over essentiële instrumenten voor zijn economische ontwikkeling? Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben een eigen parlement, regering en begroting. Maar een staatkundige titel betaalt geen rekeningen, verbetert geen onderwijs en schept geen duurzame banen. De werkelijke maatstaf is niet hoeveel ministers een land heeft, maar hoeveel ontwikkelingsruimte de bevolking daadwerkelijk ervaart. 

Wat behoort zelfbeschikking te betekenen?

Zelfbeschikkingsrecht kan niet worden beperkt tot verkiezingen, vlaggen en nationale symbolen. Het moet betekenen dat een bevolking vrij haar politieke status en haar economische, sociale en culturele ontwikkeling kan bepalen.

Maar kunnen Aruba, Curaçao en Sint Maarten dat werkelijk?

Kunnen zij zelfstandig internationale verdragen sluiten, strategische investeringen aantrekken en hun belangen verdedigen? Hebben zij voldoende zeggenschap over energie, havens, luchtvaart, digitale infrastructuur, data en internationale financiële relaties? Kunnen zij een eigen ontwikkelingsmodel opbouwen zonder voortdurend afhankelijk te zijn van goedkeuring, besluitvorming of financiering van buitenaf?

Het door Rekwest onderzochte fiscale verdragsbeleid maakt deze spanning concreet. Hoe kan Curaçao zich als internationaal financieel en economisch centrum ontwikkelen wanneer onderhandelde belastingverdragen jarenlang in procedures buiten het eiland kunnen blijven steken? Wat betekent autonomie wanneer het land wel verantwoordelijk wordt gehouden voor economische groei, maar niet volledig beschikt over de verdragsrechtelijke instrumenten om investeringen en handelsrelaties te bevorderen? 

Wat heeft autonomie werkelijk opgeleverd?

Curaçao en Sint Maarten kregen op 10 oktober 2010 hun autonome landsstatus. Aruba beschikt sinds 1986 over een afzonderlijke status. De verwachting was dat bestuur dichter bij de bevolking zou komen en dat beleid beter zou aansluiten op lokale behoeften.

Maar wat is er fundamenteel verbeterd? Zijn de economieën minder afhankelijk geworden van toerisme, import en externe financiering? Is het onderwijs zichtbaar vooruitgegaan? Kunnen jongeren op hun eigen eiland een waardige toekomst opbouwen? Zijn armoede en kansenongelijkheid structureel afgenomen? Zijn de landen economisch weerbaarder geworden?

Nieuwe hotels, volle cruiseschepen en tijdelijke groei zijn nog geen bewijs van duurzame ontwikkeling. Groei wordt pas vooruitgang wanneer zij de samenleving sterker maakt, productieve banen schept en burgers meer zekerheid biedt. 

Wie bepaalt werkelijk de ontwikkelingsruimte?

Belangrijke voorwaarden voor de ontwikkeling van de eilanden worden nog steeds binnen het Koninkrijk bepaald of beïnvloed. Buitenlandse betrekkingen zijn een Koninkrijksaangelegenheid. Internationale verdragen kunnen niet volledig zelfstandig worden bekrachtigd. Financieel toezicht kan de begrotingsruimte beperken, terwijl Nederland binnen de Rijksministerraad een structureel sterkere machtspositie behoudt.

Eilandelijke regeringen dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes. Maar verantwoordelijkheid kan niet eerlijk worden beoordeeld zonder ook te kijken naar de beschikbare macht en beleidsruimte. De kernvraag is daarom niet alleen waarom de eilanden hun autonomie onvoldoende hebben benut. De eerlijkere vraag is of het Koninkrijk hun ooit voldoende juridische, financiële en internationale instrumenten heeft gegeven om die autonomie werkelijk inhoud te geven.                       

Zonder ontwikkelingsmacht dreigt zelfbeschikking te verworden tot verantwoordelijkheid binnen grenzen die uiteindelijk door anderen worden bepaald.

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *