Waar staat de Belastingdienst?

Analyse

Een dalend werkloosheidscijfer zegt weinig wanneer werkenden nauwelijks kunnen sparen, investeren of een waardig bestaan kunnen opbouwen!

 Krijgt de startende ondernemer werkelijk een eerlijke kans?

Binnen de Curaçaose belastingpraktijk klinkt steeds vaker een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag: krijgen startende ondernemers werkelijk de ruimte om iets duurzaams voor zichzelf en hun familie op te bouwen? Die vraag gaat verder dan belastingtarieven of het inschrijven van een onderneming bij de Kamer van Koophandel. Een bedrijf starten is relatief eenvoudig. Een onderneming laten overleven, personeel aannemen, investeren, reserves vormen en uiteindelijk vermogen opbouwen, is iets heel anders. 

Betekent minder werkloosheid ook meer bestaanszekerheid?

Officiële cijfers kunnen laten zien dat de werkloosheid daalt. Maar hoeveel van de nieuwe banen bieden meer dan het minimumloon? Hoeveel werknemers kunnen na betaling van huur, boodschappen, water, elektriciteit, vervoer en zorg nog sparen? En hoeveel kunnen vanuit hun salaris voldoende kapitaal opbouwen om ooit zelf ondernemer te worden? Een baan is belangrijk, maar een baan die iemand slechts van maand tot maand laat overleven, creëert nog geen sterke middenklasse. Werkgelegenheid is pas werkelijk betekenisvol wanneer mensen daarmee zelfstandig kunnen wonen, hun gezin behoorlijk kunnen onderhouden, tegenslagen kunnen opvangen en iets voor de volgende generatie kunnen achterlaten. 

Leiden wij jongeren op om hen vervolgens te verliezen?

Tegelijkertijd bestaan al jaren zorgen over het onderwijs. Werkgevers klagen dat zij onvoldoende gekwalificeerd personeel kunnen vinden, terwijl jongeren aangeven dat hun opleiding niet altijd aansluit op de praktijk. Wie wel afstudeert, vertrekt niet zelden naar Nederland of een ander land, omdat Curaçao onvoldoende mogelijkheden zou bieden voor professionele ontwikkeling, een passend inkomen en ondernemerschap.

Dat leidt tot een pijnlijke paradox. Curaçao investeert in de opleiding van jongeren, maar ziet een deel van hen vertrekken zodra zij hun kennis en talent economisch kunnen inzetten. Het eiland verliest daarmee niet alleen arbeidskrachten, maar ook potentiële ondernemers, vernieuwers en toekomstige werkgevers. 

Wat is eigenlijk het economische plan?

Wil Curaçao werkelijk een brede en zelfstandige middenklasse opbouwen die bestaat uit lokale ondernemers? Hebben starters toegang tot financiering tegen voorwaarden die passen bij een onderneming zonder groot eigen vermogen of waardevol onderpand? Of moeten zij hun woning, die van hun ouders of andere familiebezittingen op het spel zetten voordat een bank bereid is een relatief beperkte lening te verstrekken? 

Krijgen starters fiscale ruimte om te groeien?

Worden startende ondernemingen vanaf de eerste maand geconfronteerd met dezelfde administratieve verplichtingen, boetes, aanslagen en werkgeverslasten als gevestigde bedrijven? Wordt bij de belastingheffing voldoende rekening gehouden met aanloopverliezen, beperkte liquiditeit en het feit dat iedere gulden in de beginfase nodig kan zijn voor voorraad, apparatuur, marketing of personeel?

Een belastingstelsel dat uitsluitend kijkt naar verplichtingen, maar onvoldoende naar de kwetsbare opbouwfase van een onderneming, kan ondernemerschap ontmoedigen voordat het werkelijk tot ontwikkeling is gekomen. 

Voor wie werkt de economische groei?

Ook moet worden gevraagd wie werkelijk profiteert van economische groei. Wanneer buitenlandse investeerders toegang hebben tot internationaal kapitaal, fiscale deskundigheid, concessies en bestuurlijke begeleiding, terwijl lokale starters moeite hebben om een bankrekening, vergunning of financiering te verkrijgen, is geen sprake van een gelijk speelveld. Niemand hoeft te beweren dat er een bewust plan bestaat om Curaçaoënaars permanent werknemer te laten blijven. Maar wanneer het beleid structureel meer ruimte geeft aan grote investeerders dan aan lokale ondernemers, kan de uitkomst daar in de praktijk wel op lijken: Curaçaoënaars leveren de arbeid, terwijl eigendom, winst en vermogen elders worden opgebouwd. 

Is een workshop voldoende om een onderneming op te bouwen?

Losse workshops, ondernemerswedstrijden en incidentele succesverhalen zijn onvoldoende. Curaçao heeft behoefte aan een openbaar, meetbaar en meerjarig startupbeleid met betaalbare financiering, kredietgaranties, fiscale aanloopruimte, deskundige begeleiding, toegang tot overheidsopdrachten en jaarlijkse rapportage over de behaalde resultaten. 

Het gaat niet om enkele zorgvuldig geselecteerde voorbeelden. Het gaat om een structureel systeem dat gewone burgers daadwerkelijk in staat stelt een onderneming op te bouwen. 

Hoeveel lokale starters bestaan na vijf jaar nog?

De werkelijke toets is eenvoudig: hoeveel lokale starters bestaan na vijf jaar nog? Hoeveel hebben personeel aangenomen? Hoeveel exporteren diensten of producten? En hoeveel hebben daadwerkelijk vermogen opgebouwd dat zij later aan hun kinderen kunnen overdragen?

Zolang daarop geen duidelijk en meetbaar antwoord bestaat, blijft de prikkelende vraag gerechtvaardigd: wil Curaçao werkelijk ondernemers creëren, of vooral werknemers afleveren voor ondernemingen die anderen bezitten?

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?
What to read next...

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *