Wie heeft vandaag de feitelijk regie over onze digitale infrastructuur? En waar zijn de echte patriotten?

Analyse

Zijn het dezelfde mensen die ons in de huidige benarde telecommunicatie positie hebben gebracht?

Waar is de nationale telecomvisie?

CELIA en Starlink kunnen onze digitale weerbaarheid versterken. Maar zonder duidelijke keuzes over infrastructuur, eigenaarschap en datasoevereiniteit blijft een fundamentelere vraag onbeantwoord: hoeveel regie wil Curaçao zelf behouden over zijn digitale toekomst?

De discussie over de kwaliteit en betrouwbaarheid van internet op Curaçao is de afgelopen tijd nadrukkelijker geworden. Recente storingen hebben opnieuw zichtbaar gemaakt hoe afhankelijk onze samenleving inmiddels is van digitale verbindingen. Internet is geen luxe meer. Betalingsverkeer, overheid, onderwijs, gezondheidszorg, toerisme en vrijwel iedere moderne onderneming zijn ervan afhankelijk.

Daarom moet de discussie verder gaan dan de vraag welke provider sneller internet kan aanbieden. De belangrijkere vraag is: wat is de nationale visie van Curaçao op zijn telecommunicatie-infrastructuur?

Curaçao beschikt over veel van de noodzakelijke bouwstenen: glasvezelinfrastructuur, internationale zeekabelverbindingen, datacenters en faciliteiten voor digitale dienstverlening. RAC heeft erop gewezen dat Curaçao voor zijn internationale internetverkeer afhankelijk is van een beperkt aantal verbindingen en dat alternatieve routes belangrijk zijn voor continuïteit, veerkracht en concurrentie.

Daarom is de voorgenomen aansluiting op de nieuwe CELIA-zeekabel strategisch relevant. Uit de Eerste Suppletoire Begroting 2025 blijkt dat Curaçao circa Cg. 44,6 miljoen wil investeren. De regering kwalificeert deze verbinding als van strategisch belang en acht het wenselijk dat het Land juridisch houder wordt van de gebruiksrechten, mede ter bescherming van het publieke belang. CELIA moet Curaçao via Aruba verbinden met een breder internationaal netwerk.

Tegelijkertijd bevindt ook het traject rond Starlink zich volgens recente berichtgeving in een vergevorderd stadium. Satellietinternet kan een waardevolle aanvulling zijn. Het kan zorgen voor een alternatieve verbinding wanneer vaste infrastructuur uitvalt en kan bovendien de concurrentie stimuleren.

Maar CELIA en Starlink mogen niet uitsluitend als nieuwe commerciële mogelijkheden worden bekeken. Ze dwingen Curaçao om een veel fundamentelere vraag te beantwoorden.

Wat willen wij eigenlijk als Curaçao, wanneer het gaat om:

Onze zelfstandigheid,

Digitale weerbaarheid en

Het vermogen om over onze eigen vitale infrastructuur te blijven beslissen?

Dat is geen oproep tot chauvinisme en evenmin tot digitale afzondering. Het gaat om een gezond en rechtvaardig gevoel van patriottisme: het besef dat een samenleving die zichzelf serieus neemt ook nadenkt over welke essentiële voorzieningen zij volledig aan anderen wil overlaten en over welke voorzieningen zij voldoende eigen zeggenschap wil behouden.

Die gedachte raakt rechtstreeks aan datasoevereiniteit. Dat betekent niet dat alle data op Curaçao moeten blijven of dat buitenlandse technologie ongewenst is. Een kleine, open economie kan juist enorm profiteren van internationale ondernemingen, investeerders en technologische partners. Maar openheid hoeft niet hetzelfde te betekenen als volledige afhankelijkheid.

Curaçao moet daarom weten waar kritieke data worden opgeslagen, onder welke jurisdictie deze vallen, wie vitale infrastructuur beheert en welke alternatieven beschikbaar zijn wanneer één verbinding, aanbieder of buitenlandse infrastructuur uitvalt.

Dit is ook economisch relevant. Een internationale onderneming die Curaçao als vestigingsplaats overweegt, kijkt niet alleen naar belastingen, personeel en vergunningen. Zij wil weten: Is mijn verbinding betrouwbaar? Is mijn data veilig? Zijn er meerdere internationale routes? Kan mijn onderneming blijven functioneren wanneer één netwerk uitvalt?

Een modern investeringsklimaat vereist dus ook digitale zekerheid.

Curaçao heeft daarom niet slechts nieuwe kabels, satellietverbindingen of providers nodig. Het heeft een integrale nationale telecom- en datastrategie nodig waarin infrastructuur, concurrentie, cybersecurity, lokale datacapaciteit, eigenaarschap, redundantie en noodvoorzieningen samenkomen.

De echte vraag is:

Welke digitale positie wil Curaçao over tien of twintig jaar innemen, hoeveel strategische afhankelijkheid vinden wij verantwoord en hoeveel regie willen wij als land zelf behouden?

Dat is geen kwestie van sentiment. Het is een kwestie van economisch beleid, nationale weerbaarheid en verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties.

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *