Reflectie

Reflectie
De kwalificatie van Curaçao voor het wereldtoneel van het voetbal is een historische prestatie. Het is een moment van trots, vreugde en collectieve waardigheid. Maar juist in datzelfde moment wordt ook iets anders zichtbaar: de hardnekkige ongelijkheid die nog altijd doorwerkt in de manier waarop kleine landen, voormalige koloniën en hun vertegenwoordigers worden behandeld.
De protest-song https://vt.tiktok.com/ZSQPAeby6/ met de krachtige zin “The FIFA Federation has fallen” raakt daarom een gevoelige snaar. Het gaat niet alleen om voetbal. Het gaat om erkenning, waardigheid en gelijke behandeling. Wanneer Afrikaanse landen, Caribische landen en andere kleine naties tijdens internationale sportevenementen anders worden behandeld dan machtige landen, dan is dat geen incident zonder betekenis. Het is een spiegel van een wereldorde waarin formele gelijkheid vaak niet hetzelfde betekent als werkelijke gelijkwaardigheid.
Ook de ervaringen rond de Curaçaose persleden, die samen met de nationale ploeg zouden reizen en verslag doen van deze historische deelname, roepen ernstige vragen op. Wanneer zij duidelijk anders worden behandeld dan Nederlandse persleden die met hetzelfde nationale elftal van Curaçao meereizen, en wanneer de betrokken deelnemers dit ervaren als een boycot tegen de lokale pers, dan voelt dat voor velen niet als een administratief verschil, maar als een pijnlijk signaal. Het suggereert dat de Curaçaose stem wel welkom is wanneer zij kleur, emotie en folklore toevoegt, maar niet altijd wanneer zij zelfstandig, kritisch en volwaardig verslag wil doen.
Decennialang is ons voorgehouden dat kolonialisme voorbij is. Wij moesten vooruitkijken. Niet blijven hangen in het verleden. Niet te gevoelig zijn. Niet steeds “die oude discussie” oprakelen. Maar dergelijke uitdrukkingen zijn soms ook middelen geweest om een noodzakelijke discussie te ontwijken. Want als kolonialisme juridisch is beëindigd, maar in houding, toegang, behandeling en machtsverhoudingen blijft voortleven, dan is het niet verdwenen. Dan heeft het slechts een ander jasje aangetrokken.
Voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten is dit een pijnlijk maar belangrijk moment. De geschiedenis leert dat slavernij formeel werd afgeschaft in 1863 en dat de koloniale bestuursvorm voor de Nederlandse Antillen juridisch vooral met het Statuut van 1954 werd omgevormd. Maar volledige onafhankelijkheid is er voor de Nederlandse Antillen als geheel nooit gekomen. Dat betekent dat de vraag naar werkelijke gelijkwaardigheid binnen het Koninkrijk niet alleen historisch is, maar ook actueel.
Juist daarom kan deze WK-kwalificatie meer betekenen dan sportieve glorie. Zij kan een ‘rude awakening zijn. Een wakker schudden uit de illusie dat erkenning vanzelf komt zolang wij beleefd wachten. Werkelijke waardigheid vraagt om zelfbewustzijn. Zelfredzaamheid vraagt om instituties die onze eigen mensen beschermen. Zelfbeschikking vraagt om de moed om ongemakkelijke waarheden hardop te benoemen.
Als deze pijnlijke ervaring nodig was om onze bevolking wakker te maken, dan is zij niet voor niets geweest. Curaçao staat niet alleen op het veld. Curaçao staat ook voor een grotere vraag: wie zijn wij, wie vertegenwoordigt ons, en wie bepaalt onze plaats in de wereld?
Het antwoord moet helder zijn
Geen reguliere indexatie, wel gemiste indexatie