Analyse
Bij het bestuderen van de rapportage Financieel Management juni 2026 valt onmiddellijk een opvallende tegenstelling op. Curaçao wil zijn financieel beheer structureel verbeteren, maar beschikt kennelijk nog niet over voldoende mensen en uitvoeringskracht om dat zelfstandig te realiseren. Daarom is € 1.280.598 beschikbaar gesteld voor externe ondersteuning. De rapportage maakt echter niet duidelijk wie deze ondersteuning zal leveren. Worden lokale financiële deskundigen ingezet of worden opnieuw technische bijstanders van buiten Curaçao aangetrokken?
Die vraag is niet onbelangrijk. Externe ondersteuning kan bestaan uit programmamanagers, accountants, financieel specialisten, projectleiders en andere deskundigen die de overheid tijdelijk helpen bij het verbeteren van administraties, werkprocessen en interne controles. Technische bijstand kan noodzakelijk zijn wanneer specifieke kennis ontbreekt. Maar wanneer vooral buitenlandse deskundigen worden binnengehaald, moet de regering kunnen uitleggen waarom die expertise niet lokaal beschikbaar is, hoe lokale professionals bij de uitvoering worden betrokken en welke kennis blijvend aan Curaçaose ambtenaren wordt overgedragen.
De Financiële Management Rapportage van juni 2026 schetst een zorgelijk, maar opvallend openhartig beeld. Verschillende verbetertrajecten lopen vertraging op of dreigen achterop te raken. Het financieel beheer kreeg volgens de regering wel bestuurlijke aandacht, maar onvoldoende prioriteit. Besluiten bleven daardoor te lang liggen en de uitvoering binnen de ministeries werd niet voortvarend genoeg opgepakt.
Ook het tekort aan deskundig personeel vormt een ernstig obstakel. Cruciale financiële functies zijn nog altijd niet ingevuld. De bestaande ambtelijke organisatie heeft bovendien onvoldoende capaciteit om naast de dagelijkse werkzaamheden ook omvangrijke hervormingsprojecten uit te voeren. Wervingstrajecten tussen 2023 en 2025 hebben slechts gedeeltelijk het gewenste resultaat opgeleverd.
Dat is meer dan een intern organisatorisch probleem. Wanneer financiële functies niet goed zijn bezet, neemt het risico toe dat uitgaven onvoldoende worden gecontroleerd, bezittingen niet volledig worden geregistreerd, opbrengsten moeilijk controleerbaar zijn en begrotingsoverschrijdingen te laat worden gesignaleerd. Uiteindelijk raakt dit het vertrouwen van burgers, bedrijven, de Staten en toezichthoudende instanties.
De Roadmap voor een goedkeurende controleverklaring omvat elf belangrijke aandachtsgebieden. Daaronder vallen financiële functies, personeelskosten, subsidies en overdrachten, vaste activa, overheidsinkopen, belastinginkomsten, niet belastinginkomsten en begrotingsoverschrijdingen.
Oorspronkelijk moesten deze projecten in een duidelijke volgorde worden uitgevoerd. Door de opgelopen vertragingen is volgens de rapportage echter een zogenoemd harmonica effect ontstaan. Projecten schuiven in elkaar, de oorspronkelijke fasering verdwijnt en de noodzakelijke focus raakt verloren.
Daar komt bij dat het centrale programma voornamelijk een monitorende rol heeft, terwijl de feitelijke verantwoordelijkheid bij de afzonderlijke ministeries ligt. Dat bemoeilijkt de sturing. Wie de voortgang moet bewaken, moet ook voldoende bevoegdheden hebben om in te grijpen wanneer deadlines niet worden gehaald of noodzakelijke besluiten uitblijven.
De Tijdelijke Werkorganisatie heeft de subsidie voor externe ondersteuning op 30 maart 2026 formeel verstrekt. Geld is daarmee beschikbaar. Nu moet duidelijk worden welke concrete prestaties daarvoor worden geleverd.
De regering behoort bekend te maken welke deskundigen worden aangetrokken, via welke selectieprocedure dit gebeurt en welk deel van het bedrag wordt besteed aan lokale en buitenlandse expertise. Per project moet bovendien zichtbaar zijn welk probleem wordt opgelost, welk bedrag ermee gemoeid is, wie bestuurlijk verantwoordelijk is en wanneer het resultaat moet zijn bereikt.
Minstens zo belangrijk is een concreet plan voor kennisoverdracht. Welke Curaçaose medewerkers worden begeleid of opgeleid? Welke taken moeten zij na afloop zelfstandig kunnen uitvoeren? En hoe wordt voorkomen dat de overheid na het vertrek van de technische bijstanders opnieuw met dezelfde kennis en capaciteitstekorten wordt geconfronteerd?
Zonder zulke afspraken dreigt een bekend patroon. Externe deskundigen worden ingehuurd, rapporten worden opgesteld en systemen worden aangepast, maar de eigen organisatie blijft onvoldoende versterkt. Dan wordt technische bijstand geen tijdelijke brug naar zelfstandigheid, maar een terugkerende afhankelijkheid.
De regering heeft aangekondigd in een volgende rapportage per project inzicht te geven in de mijlpalen, risico’s, vertragingen en beheersmaatregelen. Dat is noodzakelijk. De samenleving heeft echter vooral behoefte aan aantoonbare resultaten.
De Kernvraag
De kernvraag blijft daarom staan. Welke concrete en meetbare resultaten koopt Curaçao met deze externe ondersteuning, wie voert de hervormingen feitelijk uit en wanneer kan eindelijk een goedkeurende controleverklaring bij de landsrekening worden verwacht? Maar er speelt nog een fundamentelere vraag. Krijgt Curaçao daadwerkelijk voldoende bestuurlijke beleidsruimte om zelf te bepalen hoe deze hervormingen worden ingericht, of worden de koers, voorwaarden en inzet van technische bijstanders in belangrijke mate van buitenaf bepaald?
Financiële ondersteuning mag immers niet ongemerkt leiden tot bestuurlijke afhankelijkheid. Curaçao moet verantwoording afleggen over de besteding van middelen en de bereikte resultaten, maar moet tegelijkertijd eigenaar blijven van zijn eigen hervormingsagenda. Dat betekent dat de regering zelf prioriteiten stelt, lokale deskundigheid benut en bepaalt welke externe expertise werkelijk noodzakelijk is.
De kwaliteit van het financieel beheer wordt uiteindelijk niet alleen zichtbaar in een goedkeurende controleverklaring. Zij blijkt ook uit het vermogen van Curaçao om hervormingen zelfstandig te ontwerpen, uit te voeren en duurzaam binnen de eigen overheid te verankeren. Alleen dan wordt technische bijstand een investering in bestuurlijke zelfstandigheid in plaats van een nieuwe vorm van langdurige afhankelijkheid.
Meer gebruik van IPv6, beter onderwijs en regionale samenwerking nodig