Analyse

Analyse
Een financieel vangnet valt pas op wanneer iemand het nodig heeft. Voor duizenden Curaçaoënaars betekent dat vangnet een ouderdomspensioen, vergoeding van noodzakelijke zorg, ondersteuning bij arbeidsongeschiktheid of bescherming na het overlijden van een partner. Juist daarom verdient een opvallende verslechtering van de sociale fondsen meer dan een technische voetnoot in een overheidsrapport.
De cijfers zijn zorgwekkend. De gezamenlijke sociale fondsen behaalden in 2025 nog een positief resultaat van Cg. 40,3 miljoen. Daardoor steeg het Schommelfonds van Cg. 51,4 miljoen aan het begin van dat jaar naar Cg. 91,7 miljoen eind 2025.
Voor 2026 was opnieuw een positief resultaat begroot, ditmaal van Cg. 36,7 miljoen. De nieuwste prognose wijst echter in de tegenovergestelde richting. De Sociale Verzekeringsbank verwacht voor alle fondsen samen een tekort van Cg. 28,6 miljoen. Als die raming uitkomt, daalt het Schommelfonds eind 2026 naar ongeveer Cg. 63,1 miljoen.
Geen definitief verlies, wel een serieus waarschuwingssignaal
De bedragen staan in de officiële Financiële Managementrapportage van juni 2026, inclusief de Uitvoeringsrapportage over het tweede kwartaal. De rapportage is door het Ministerie van Financiën aan de Staten aangeboden.
Daarbij is zorgvuldigheid noodzakelijk. Het verwachte tekort is nog geen definitief jaarresultaat. De prognose is gebaseerd op voorlopige SVB-cijfers tot en met maart 2026. Het ministerie waarschuwt bovendien dat met name rond de Basisverzekering Ziektekosten een onzekerheidsmarge bestaat. Definitieve cijfers kunnen dus gunstiger of ongunstiger uitvallen.
Maar onzekerheid is geen reden om de ontwikkeling te relativeren. Juist een prognose heeft als functie om tijdig bij te sturen voordat een probleem werkelijkheid wordt. Uitgaven stijgen sneller dan de inkomsten
De SVB verwacht in 2026 ongeveer Cg. 981,9 miljoen aan sociale premies te ontvangen. Dat is Cg. 3,7 miljoen minder dan begroot. Het grootste verschil zit echter bij de uitgaven. Die worden geraamd op Cg. 1.285,6 miljoen, ongeveer Cg. 56 miljoen boven de begroting.
Een belangrijke verklaring is de verhoging van de maximale AOV-uitkering van Cg. 862 naar Cg. 1.000 per maand per 1 januari 2026. Die verhoging was maatschappelijk begrijpelijk. Veel ouderen hebben moeite om rond te komen door stijgende prijzen van voeding, huisvesting, energie en zorg.
Sociale vooruitgang moet echter ook duurzaam worden gefinancierd. Anders wordt een noodzakelijke verbetering van vandaag mogelijk een financieel probleem voor morgen.
Daarnaast bedraagt de landsbijdrage aan de sociale fondsen in 2026 naar verwachting Cg. 318,7 miljoen. Dat is Cg. 13 miljoen meer dan in 2025, onder meer vanwege ondersteuning aan het Curaçao Medical Center.
De rapportage roept een aantal dringende vragen op. Welk deel van het tekort komt voor rekening van de AOV en AWW? Hoe groot is het aandeel van de BVZ, de AVBZ en de werknemersverzekeringen? Is de stijging van de uitgaven incidenteel of structureel? En zijn de premie-inkomsten lager door achterblijvende inning, onvoldoende naleving, veranderingen op de arbeidsmarkt of te optimistische ramingen?
Zonder een uitsplitsing per fonds blijft het moeilijk om te beoordelen welke maatregel nodig is. Een tekort bij de AOV vraagt immers om een andere aanpak dan een kostenoverschrijding binnen de gezondheidszorg.
Het eerste antwoord mag niet automatisch bestaan uit hogere premies, lagere uitkeringen of een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Eerst moet duidelijk worden waar de afwijking van ruim Cg. 65 miljoen ten opzichte van de begroting vandaan komt.
De regering en de SVB zouden daarom vóór de behandeling van de begroting voor 2027 een actuele prognose moeten publiceren. Die moet per fonds inzicht geven in inkomsten, uitgaven, reserves, uitvoeringskosten, betalingsachterstanden en de verwachte ontwikkeling voor ten minste de komende vijf jaar.
Een sociaal vangnet is geen boekhoudkundige reserve. Het is een belofte aan de bevolking. De werkelijke vraag is daarom niet alleen hoeveel geld het Schommelfonds eind 2026 nog bezit. De vraag is hoelang Curaçao deze belofte kan blijven nakomen zonder werknemers, werkgevers, ouderen en patiënten onverwacht de rekening te presenteren.
Meer gebruik van IPv6, beter onderwijs en regionale samenwerking nodig