Klein ondernemerschap verdient stimulering, geen ontmoediging

Reflectie

Geef ondernemerschap ademruimte

In vrijwel iedere gezonde economie vormt het klein- en middenbedrijf de ruggengraat van ondernemerschap, werkgelegenheid en lokale economische groei. Dat geldt in het bijzonder voor kleine eilandelijke economieën zoals Curaçao, waar de markt beperkt is, kapitaal vaak schaars is en ondernemersrisico’s relatief zwaar wegen. Juist daarom verdient lokaal ondernemerschap niet alleen toezicht en fiscale naleving, maar ook begeleiding, rechtszekerheid en een stimulerend fiscaal klimaat.

Niemand betwist dat belastingheffing noodzakelijk is. Belastingen vormen de financiële basis voor publieke voorzieningen, onderwijs, infrastructuur, zorg en veiligheid. Evenmin kan serieus worden betoogd dat ondernemers zich aan hun fiscale verplichtingen mogen onttrekken. Iedere burger en iedere onderneming draagt, naar vermogen en binnen de grenzen van de wet, bij aan de samenleving. De kernvraag is daarom niet óf belastingen moeten worden geheven, maar hóe de overheid dit doet, vooral ten aanzien van recent opgerichte ondernemingen.

Wanneer jonge bedrijven kort na oprichting worden geconfronteerd met aanslagen, boetes of invorderingsdruk, zonder dat voldoende rekening wordt gehouden met hun feitelijke activiteiten, omzetpositie of opstartfase, ontstaat gemakkelijk de indruk dat ondernemerschap eerder wordt ontmoedigd dan aangemoedigd. Voor veel startende ondernemers is de eerste fase onzeker. Zij investeren in vergunningen, inrichting, personeel, marketing, administratie en productontwikkeling, vaak nog voordat er sprake is van stabiele inkomsten. Een rigide fiscale benadering kan dan niet alleen financieel belastend zijn, maar ook psychologisch ontmoedigend werken.

Dat is maatschappelijk onwenselijk. Een overheid die ondernemerschap wil bevorderen, moet voorkomen dat haar fiscale systeem door startende ondernemers wordt ervaren als een obstakel in plaats van als een kader voor ordelijke economische participatie. Zeker bij lokale ondernemers, die vaak met eigen spaargeld, familievermogen of beperkte financiering beginnen, kan vroegtijdige fiscale druk leiden tot terughoudendheid, informalisering of zelfs het voortijdig beëindigen van veelbelovende initiatieven. Dat is uiteindelijk contraproductief voor de schatkist zelf.

Een meer evenwichtige benadering zou zijn om voor startende lokale ondernemingen binnen het midden- en kleinbedrijf een gecontroleerde fiscale stimuleringsregeling te overwegen. Daarbij hoeft niet te worden gedacht aan onbeperkte vrijstellingen of fiscale vrijblijvendheid. Integendeel, een zorgvuldig ontworpen regeling kan juist transparantie, registratie en naleving bevorderen. Men zou kunnen denken aan een tijdelijke en gecontroleerde tax holiday, een verlicht aangifte- en boeteregime in de beginfase, begeleiding door de Belastingdienst, of een gefaseerde fiscale opbouw naarmate omzet en winst aantoonbaar toenemen.

Het pleidooi voor een gecontroleerde fiscale startfase is dan ook geen pleidooi voor belastingontwijking, maar voor verstandig economisch beleid dat toekomstige belastinginkomsten juist kan vergroten. Zo’n regeling zou gekoppeld kunnen worden aan duidelijke voorwaarden: tijdige registratie, correcte administratie, periodieke rapportage, uitsluiting bij misbruik en een maximale looptijd. Op die manier blijft de fiscale discipline behouden, terwijl ondernemerschap niet onnodig wordt verstikt in de kwetsbaarste fase van zijn bestaan. De Belastingdienst wordt dan niet slechts gezien als handhaver, maar ook als partner in economische ontwikkeling.

Voor Curaçao verdient dit vraagstuk een serieuze economische impactstudie. De centrale vraag zou moeten zijn of het land op middellange termijn niet méér profiteert van het tijdelijk ondersteunen van startende ondernemingen dan van het onmiddellijk belasten van ondernemingen die nog nauwelijks economische draagkracht hebben. In kleine markteconomieën kan het stimuleren van lokaal ondernemerschap leiden tot meer banen, meer innovatie, bredere belastinggrondslagen en minder afhankelijkheid van enkele grote sectoren.

Een volwassen belastingbeleid is streng waar nodig, maar verstandig waar mogelijk. Het innen van belastingen mag nooit los worden gezien van het bredere publieke belang: een duurzame, veerkrachtige en inclusieve economie. Wie ondernemerschap ontmoedigt, verkleint uiteindelijk de toekomstige belastingbasis. Wie ondernemerschap verstandig stimuleert, investeert juist in de inkomsten van morgen.

Curaçao heeft ondernemers nodig. Niet alleen grote investeerders, maar juist ook de lokale winkelier, dienstverlener, technicus, creatieve ondernemer, jonge professional en familiezaak. Zij verdienen geen vrijbrief, maar wel een eerlijke kans. Een fiscale benadering die controle combineert met stimulans, zou daarom niet alleen rechtvaardig zijn, maar ook economisch verstandig.

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *