Analyse
De Raad van Advies legt een ongemakkelijke vraag op tafel
Hoeveel Curaçaoënaars merken aan hun eigen leven dat Curaçao daadwerkelijk vooruitgaat?
De directe aanleiding voor dit artikel is het Jaarverslag 2025 van de Raad van Advies van Curaçao, dat op 11 augustus 2026 officieel aan de Gouverneur van Curaçao werd aangeboden. Opvallend is dat de Raad juist in dit jaarverslag armoede nadrukkelijk centraal stelt. Daarbij gaat de Raad verder dan de politieke discussie over sociale maatregelen. Hij wijst erop dat armoedebestrijding samenhangt met een fundamentele verantwoordelijkheid van de overheid. Artikel 23 van de Staatsregeling van Curaçao noemt immers de bestaanszekerheid van de bevolking, de spreiding van welvaart en de bevordering van welzijn uitdrukkelijk als onderwerpen van overheidszorg.
Dat maakt de discussie bijzonder actueel. Curaçao groeit economisch. Het toerisme bloeit, investeringen nemen toe, nieuwe projecten verrijzen en de economische cijfers geven reden voor optimisme. Maar juist tegenover dat positieve beeld plaatst de Raad een ongemakkelijke werkelijkheid: een aanzienlijk deel van onze samenleving blijft financieel kwetsbaar.
Twee werkelijkheden op één eiland
Daarmee ontstaan twee Curaçaos naast elkaar. Het ene Curaçao laat groei, volle hotels, nieuwe vastgoedprojecten en toenemende bedrijvigheid zien. Het andere Curaçao bestaat uit huishoudens die iedere maand opnieuw moeten berekenen welke rekening eerst kan worden betaald.
Volgens gegevens die in het jaarverslag worden aangehaald, leefde in 2023 ongeveer 30,4 procent van de bevolking onder de gehanteerde armoedegrens. In 2011 was dat 25,1 procent. Recente sociale cijfers versterken dat beeld. Meer dan de helft van de ondervraagde huishoudens geeft aan onvoldoende inkomen te hebben om schulden en renteverplichtingen te betalen, terwijl een aanzienlijk deel zegt onvoldoende financiële ruimte te hebben om gezond te eten.
Dat zijn geen koude statistieken. Achter ieder percentage staat een gezin, een alleenstaande ouder, een gepensioneerde of een jongere die probeert vooruit te komen.
Groei is nog geen vooruitgang
Daar ligt misschien de belangrijkste economische vraag van dit moment. Niet alleen: hoeveel groeit Curaçao? Maar vooral: wie groeit mee?
Een economie kan groter worden zonder dat de welvaart evenredig wordt verdeeld. Nieuwe hotels kunnen worden gebouwd, bezoekersaantallen kunnen records breken en investeringen kunnen toenemen, terwijl huishoudens tegelijkertijd hogere woonlasten, duurdere boodschappen en stijgende kosten van basisvoorzieningen ervaren.
Dat betekent niet dat economische groei onwenselijk is. Integendeel. Groei is noodzakelijk om banen, inkomsten en nieuwe mogelijkheden te creëren. Maar groei krijgt pas maatschappelijke betekenis wanneer zij ook leidt tot betere bestaanszekerheid en reële kansen voor de bevolking.
Geen gunst, maar een overheidstaak
Juist daarom is de verwijzing van de Raad van Advies naar artikel 23 van de Staatsregeling zo belangrijk.
Bestaanszekerheid, spreiding van welvaart en welzijn worden daarin niet gepresenteerd als tijdelijke politieke slogans. Zij behoren tot de onderwerpen waarvoor de overheid verantwoordelijkheid draagt.
Dat betekent niet dat de overheid iedere burger welvaart kan garanderen. Het betekent wel dat structurele armoede niet uitsluitend kan worden beschouwd als een individueel probleem dat ieder huishouden zelf moet oplossen. Wanneer economische achterstand generaties lang voortduurt, wordt het ook een vraagstuk van onderwijs, arbeidsmarkt, huisvesting, gezondheidszorg, belastingbeleid en economische structuur.
De echte maatstaf van succes
De waarschuwing van de Raad van Advies verdient daarom aandacht die verder gaat dan één jaarverslag. Zij raakt aan een fundamentele keuze voor de toekomst van Curaçao.
Een rijker Curaçao waarin steeds meer Curaçaoënaars moeite hebben om in hun basisbehoeften te voorzien, zou uiteindelijk een merkwaardige vorm van vooruitgang zijn.
Misschien moeten we daarom onze belangrijkste economische graadmeter opnieuw formuleren. Niet alleen hoeveel hotels we bouwen, hoeveel toeristen we ontvangen of hoeveel procent het bruto binnenlands product groeit.
Maar vooral:
Hoeveel Curaçaoënaars merken aan hun eigen leven dat Curaçao daadwerkelijk vooruitgaat?
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.