Curaçaose Economie Bloeit?

Ingezonden stuk

Emma bridge thumbnail

Curaçao moet opnieuw leren bouwen

Curaçao staat vandaag op een belangrijk kruispunt. De economie groeit, het toerisme bloeit en er wordt opnieuw gebouwd. Toch voelt een groot deel van de bevolking die groei niet als echte vooruitgang. Economische groei betekent immers niet automatisch maatschappelijke welvaart. Een land kan hotels bouwen, terwijl zijn eigen bevolking steeds moeilijker een woning kan bouwen. Een land kan toeristen ontvangen, terwijl werkende mensen geen hypotheek meer kunnen dragen.

De vraag is daarom niet alleen of Curaçao groeit, maar vooral: voor wie groeit Curaçao?

In het verleden rustte de Curaçaose economie op meerdere pijlers. De raffinaderij, de Curaçaose Droogdok Maatschappij, de Antilliaanse Luchtvaart Maatschappij, de offshore sector, de haven, de financiële dienstverlening, de gamingindustrie en verschillende ondersteunende bedrijven vormden samen een bredere economische basis. Die economie was niet perfect, maar zij bood wel meer kansen. Er waren technische functies, administratieve functies, managementbanen, ambachtelijke beroepen en ondernemingsmogelijkheden. Daardoor kon een groter deel van de bevolking doorgroeien naar de middenklasse.

Mensen konden werken, sparen, grond kopen, een huis bouwen en hun kinderen een betere toekomst bieden. Dat was geen luxe, maar het fundament van waardigheid.

Vandaag lijkt Curaçao steeds meer te steunen op één dominante pijler: toerisme. Toerisme is belangrijk en verdient ondersteuning, maar het is ook kwetsbaar. Pandemieën, internationale recessies, stijgende vliegprijzen, geopolitieke spanningen en veranderend reisgedrag kunnen deze sector hard raken. Een economie die te afhankelijk wordt van toerisme staat op één been.

Bovendien creëert toerisme wel banen, maar vaak niet de banen die brede welvaart dragen. Een groot deel van de werkgelegenheid in de sector bestaat uit relatief laagbetaalde functies. Daardoor ontstaat een pijnlijke tegenstelling: het land ontvangt meer bezoekers, maar veel huishoudens ervaren minder koopkracht. Werk moet niet alleen overleven mogelijk maken; werk moet mensen ook in staat stellen om op te bouwen.

Daarom moet Curaçao opnieuw nadenken over wat echte ontwikkeling betekent. Ontwikkeling betekent dat een werkende Curaçaoënaar een fatsoenlijk inkomen kan verdienen, een woning kan bouwen, een hypotheek kan krijgen en zijn gezin zekerheid kan bieden.

In dat verband verdient ook de belasting op de eigen woning een principiële heroverweging. Voor veel Curaçaoënaars is een eigen huis geen speculatief bezit, maar het resultaat van jarenlang hard werken, sparen en opofferen. Wie zijn inkomen heeft verdiend, daarover belasting heeft betaald en vervolgens met discipline een woning heeft gebouwd, ervaart een jaarlijkse belasting op die woning al snel als een vorm van dubbele belasting.

Wie zijn geld heeft vergokt of verbruikt, wordt niet jaarlijks belast over wat hij niet meer heeft. Maar wie verstandig heeft geleefd en een dak boven het hoofd van zijn gezin heeft gebouwd, wordt opnieuw aangeslagen. Dat voelt onrechtvaardig. Curaçao zou daarom serieus moeten nadenken over een ruime vrijstelling of aanzienlijke vermindering van onroerendezaakbelasting voor de primaire gezinswoning van lokale bewoners, vooral wanneer die woning niet commercieel wordt verhuurd.

Daarnaast moet Curaçao eerlijker durven kijken naar internationale regels. Natuurlijk zijn transparantie, integriteit en goed bestuur belangrijk. Maar kleine economieën worden vaak geconfronteerd met zware internationale verplichtingen, terwijl zij niet dezelfde schaal, macht en middelen hebben als grote landen. De vraag mag worden gesteld of deze regels kleine economieën werkelijk helpen groeien, of dat zij soms juist hun beleidsruimte beperken.

Armoede bestrijd je niet alleen met uitkeringen. Armoede bestrijd je door mensen toegang te geven tot kennis, eigendom, kapitaal, ondernemerschap, grond, woningbouw en productieve sectoren.

Een van de diepste oorzaken van onze economische kwetsbaarheid ligt echter in het onderwijs. Ons onderwijssysteem levert diploma’s, functies en specialisaties af, maar te weinig bouwers van economische zelfstandigheid. De Afrikaanse denker dr. Joshua Maponga verwoordde dat scherp. Hij stelde in essentie dat mensen jarenlang onderwijs volgen, maar nooit leren hoe zij een bedrijf moeten oprichten, hoe zij belastingen moeten begrijpen, hoe zij winst moeten behouden, hoe zij eigendom moeten opbouwen en hoe zij economische systemen moeten beheersen. Zij worden opgeleid om te solliciteren, niet om te creëren; om te dienen, niet om te bezitten; om een functie te vervullen, niet om een geheel systeem te begrijpen.

Dat lijkt op een confronterende gedachte, maar zij verdient aandacht. Ook op Curaçao zien wij te vaak dat onderwijs jongeren voorbereidt op een baan, maar niet op economische autonomie. Wij leiden accountants, juristen, technici, programmeurs, verpleegkundigen en administrateurs op, maar zelden leren zij gezamenlijk hoe een onderneming ontstaat, groeit, financiert, innoveert en internationaal handelt.

Het onderwijs moet daarom grondig worden hervormd (m.a.w. moet op de schop). Iedere leerling zou basiskennis moeten krijgen van ondernemerschap, belasting, boekhouding, investeringen, coöperaties, technologie, landbouw, export, eigendom, contracten en financiële planning. Niet omdat iedereen ondernemer moet worden, maar omdat iedereen moet begrijpen hoe waarde wordt gecreëerd.

Een onderwijsstelsel dat mensen uitsluitend leert dienen, maar niet leert bouwen, houdt afhankelijkheid in stand. Curaçao heeft onderwijs nodig dat jongeren leert denken als bouwers, ondernemers, vernieuwers en verantwoordelijke burgers.

Curaçao moet daarom terug naar een economie met meerdere pijlers. Niet door het verleden letterlijk te kopiëren, maar door opnieuw te kiezen voor spreiding, productie, vakmanschap, ondernemerschap en lokale waarde creatie. Toerisme moet blijven, maar mag niet onze enige economische bestemming zijn. Daarnaast zijn nieuwe pijlers nodig: maritieme dienstverlening, duurzame energie, digitale diensten, regionale handel, creatieve industrie, financiële nichemarkten, landbouw, medische dienstverlening en kleinschalige productie.

De kernvraag is eenvoudig: willen wij een economie waarin onze mensen slechts dienen, of een economie waarin zij ook bezitten, bouwen en leiden?

Curaçao hoeft niet terug naar het verleden. Maar Curaçao moet wel terug naar het niveau van ambitie waarin gewone mensen vooruit konden komen. Echte welvaart ontstaat pas wanneer economische groei zichtbaar wordt in de waardigheid van de bevolking.

Internationaal bestaan er voldoende voorbeelden van landen die hun economische lot hebben veranderd door niet te blijven hangen in afhankelijkheid van één sector. Singapore ontwikkelde zich van een kwetsbare havenstaat tot een centrum voor hoogwaardige productie, logistiek, financiële dienstverlening en technologie. Mauritius transformeerde van een suikereconomie naar een gediversifieerde eilandstaat met toerisme, financiële diensten, ICT en de blauwe economie. Zuid-Korea groeide van armoede naar industriële en technologische macht door onderwijs, export, productie en gerichte nationale strategie met elkaar te verbinden. Costa Rica wist zich naast toerisme te positioneren in medische technologie en zakelijke diensten. Deze landen bewijzen dat kleine of kwetsbare economieën niet veroordeeld zijn tot afhankelijkheid, mits zij durven investeren in onderwijs, ondernemerschap, productie, institutionele kwaliteit en economische diversificatie.

Voor Curaçao ligt daar de opdracht. Toerisme mag een pijler blijven, maar mag nooit de volledige economische bestemming van het land worden. Curaçao moet niet alleen meer bezoekers ontvangen; Curaçao moet opnieuw mensen in staat stellen te bouwen: woningen, bedrijven, gezinnen, vermogen en toekomst. Dat is geen nostalgie. Dat is economische emancipatie.

De auteur is bij de redactie volledig geïdentificeerd,

Redakshon Clarity

Redakshon Clarity

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *