Analyse
Op 2 september 2026 sprak de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van de Nederlandse Tweede Kamer met deskundigen over volkshuisvesting en fiscaliteit. Onder meer De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau, Nibud, Aedes en vastgoedorganisaties brachten hun visie in. Het ging om een rondetafelgesprek en dus niet om een besluit tot invoering van nieuwe wetgeving. Maar de centrale vraag is voor Curaçao minstens zo relevant. Kan de overheid fiscale instrumenten gebruiken om betaalbaar wonen werkelijk dichterbij te brengen?
De Nederlandse discussie bevat een belangrijke waarschuwing. Alleen meer financieringsruimte geven aan kopers lost een woningtekort niet op. Wanneer onvoldoende woningen beschikbaar zijn, kan extra koopkracht juist leiden tot hogere prijzen. Fiscale ondersteuning heeft daarom vooral betekenis wanneer tegelijk het aanbod wordt vergroot, bouwprojecten haalbaar worden gemaakt en vergunningen, grondbeleid en investeringsvoorwaarden op elkaar aansluiten.
Het opvallende is dat Curaçao deze waarschuwing niet uit Nederland hoeft te importeren. De Sociaal Economische Raad van Curaçao heeft haar zelf al gegeven.
In het SER advies over de onroerendezaakbelasting schrijft de Raad dat de structurele disbalans tussen vraag en aanbod in het lage woningsegment de werking van fiscale maatregelen ernstig beperkt, (SER-Advies-LV-onroerendezaakbelasting.pdf). Zolang betaalbare woningen door schaarste, prijsdruk en institutionele belemmeringen buiten bereik blijven, kan fiscale lastenverlichting voor veel huishoudens weinig veranderen.
De SER gaat verder. Fiscaal beleid kan volgens de Raad slechts resultaat opleveren wanneer het onderdeel is van breder woningmarktbeleid. Daarbij noemt de SER uitdrukkelijk sociaal gericht volkshuisvestingsbeleid, grondbeleid, prioritaire uitgifte van bouwgrond voor betaalbare woningen, snellere vergunningverlening en financiële prikkels voor investeringen in het lagere segment.
De cijfers achter die waarschuwing verdienen politieke aandacht. Volgens de SER daalde tussen 2015 en 2024 het aandeel bouwvergunningen in het segment tot Cg. 250.000 van 66 naar 57 procent. Tegelijk verschoof de bouwproductie richting duurdere woningen. De Raad concludeert dat deze ontwikkeling haaks staat op de behoefte aan betaalbare huisvesting.
Nog indringender is de constatering dat de betaalbaarheid voor de middenklasse afneemt. Daarmee raakt de problematiek niet uitsluitend huishoudens met de laagste inkomens. Ook starters, young professionals, leraren, verpleegkundigen, politieagenten, kleine ondernemers en jonge gezinnen kunnen tussen wal en schip raken.
Curaçao heeft daarom geen losse fiscale maatregel nodig, maar een samenhangend Pakete Fiskal pa Kas Pagabel.
Daarbij kan worden gedacht aan tijdelijke fiscale faciliteiten voor bouwmaterialen die aantoonbaar worden gebruikt voor betaalbare woningen, gerichte stimulering van betaalbare huur, fiscale voordelen voor projecten die aan vooraf vastgestelde maximale verkoopprijzen voldoen en een fonds dat starters ondersteunt zonder eenvoudigweg hun maximale schuld te verhogen.
Ook overheidsgrond kan tegen duidelijke voorwaarden beschikbaar worden gesteld voor betaalbare woningbouw. Vergunningsprocedures voor dergelijke projecten kunnen prioriteit krijgen. Fiscale voordelen zouden bovendien kunnen worden teruggevorderd wanneer een project uiteindelijk niet aan de overeengekomen betaalbaarheidseisen voldoet.
Dat is ook juridisch zuiverder. Publieke voordelen moeten een aantoonbaar publiek doel dienen, op objectieve voorwaarden worden toegekend en proportioneel zijn. Wie fiscale steun ontvangt omdat hij betaalbare woningen zou realiseren, moet die betaalbaarheid daadwerkelijk leveren.
Een woningmarkt die steeds meer woningen voortbrengt maar steeds minder lokale inwoners in staat stelt die woningen te betalen, functioneert economisch misschien als vastgoedmarkt, maar steeds minder als volkshuisvesting.
Nederland zoekt vandaag 2 september 2026 naar fiscale ruimte om dat probleem te bestrijden (Rondetafelgesprek Volkshuisvesting en fiscaliteit). Curaçao beschikt inmiddels over zijn eigen waarschuwing van de SER.
Niet nog een afzonderlijke maatregel, maar één integraal woonbeleid waarin fiscaliteit, grond, financiering, vergunningen en betaalbaarheid samenkomen.
Want een huis behoort een fundament te zijn waarop mensen hun toekomst bouwen, geen luxeproduct dat voor een groeiend deel van de eigen bevolking buiten bereik raakt.
Meer gebruik van IPv6, beter onderwijs en regionale samenwerking nodig