Wanneer de burger moet wachten, moet de overheid beschermen

Reflectie

Eigendomsbescherming is geen vrijbrief voor eigenrichting, maar wél een kerntaak van de rechtsstaat

Het recente bericht van het Openbaar Ministerie naar aanleiding van een incident waarbij een “kunukero” een vermoedelijke veedief ernstig zou hebben mishandeld, raakt aan een gevoelig maar wezenlijk maatschappelijk vraagstuk. Natuurlijk mag geen burger de wet in eigen hand nemen. Een rechtsstaat kan niet functioneren wanneer woede, frustratie of machteloosheid de plaats innemen van politie, justitie en rechterlijke beoordeling. Geweld dat niet noodzakelijk, redelijk en proportioneel is, kan niet worden goedgepraat.

Maar daarmee is het gesprek niet klaar. Achter dit soort incidenten schuilt vaak een bredere werkelijkheid. Voor veel burgers, kleine ondernemers, “kunukero’s” en eigenaren van dieren of goederen is eigendom niet slechts bezit op papier. Het is het resultaat van arbeid, investering, opoffering en persoonlijke betrokkenheid. Wanneer dat bezit wordt gestolen, vernield of bedreigd, raakt dat niet alleen de portemonnee, maar ook het gevoel van veiligheid, waardigheid en rechtvaardigheid.

De kernvraag is daarom niet alleen of een burger geweld mag gebruiken. Die vraag is juridisch duidelijk: slechts binnen zeer beperkte grenzen. De diepere vraag is welke bescherming de burger geniet wanneer hij zich wél aan de wet houdt. Wat gebeurt er nadat hij aangifte doet? Hoe snel wordt opgetreden? Worden gestolen dieren of goederen daadwerkelijk opgespoord? Worden daders effectief vervolgd? En welke preventieve maatregelen neemt de overheid om herhaling te voorkomen? Maar door wie wordt de geleden schade van het slachtoffer uiteindelijk vergoed?

Het is te eenvoudig om tegen burgers te zeggen: bel de politie, doe aangifte en wacht. Dat moet vanzelfsprekend het uitgangspunt blijven. Maar wanneer mensen ervaren dat aangifte doen weinig oplevert, dat hulp niet tijdig komt of dat daders zonder zichtbare consequenties doorgaan, ontstaat een gevaarlijke voedingsbodem voor eigenrichting. Niet omdat burgers het recht willen ondermijnen, maar omdat zij het gevoel krijgen dat het recht hen onvoldoende beschermt.

Juist daarom moet de overheid verder kijken dan strafrechtelijke afkeuring achteraf. Zij moet niet alleen optreden wanneer een burger te ver is gegaan, maar ook zichtbaar maken wat zij doet om te voorkomen dat burgers in zo’n situatie terechtkomen. Eigendomsbescherming is geen luxe en geen gunst. Het is een fundamenteel onderdeel van vertrouwen in de rechtsstaat.

Dat betekent niet dat geweld tegen een verdachte moet worden vergoelijkt. Ook een vermoedelijke dief blijft een mens en heeft recht op bescherming tegen buitensporig geweld. Maar ook het slachtoffer blijft een mens. De kunukero die telkens dieren verliest, de kleine ondernemer die zijn goederen ziet verdwijnen en de burger die zijn woning, terrein of bedrijf probeert te beschermen, verdienen méér dan alleen het advies om aangifte te doen. Een volwassen rechtsstaat moet beide waarheden tegelijk erkennen. Ja, eigenrichting is gevaarlijk en moet worden voorkomen. Maar nee, burgers mogen niet het gevoel krijgen dat zij er alleen voor staan wanneer hun eigendom wordt aangetast. De overheid vraagt van burgers beheersing. Dan mag de burger van de overheid bescherming verwachten. Uiteindelijk draait dit niet alleen om één kunukero, één verdachte veedief of één incident. Het draait om vertrouwen. Vertrouwen dat de wet niet alleen grenzen stelt aan burgers, maar hen ook daadwerkelijk beschermt. Vertrouwen dat wie zich aan de regels houdt, niet zwakker staat dan wie ze overtreedt.

De burger mag de wet niet in eigen hand nemen. Dat is terecht. Maar de overheid mag haar beschermende hand dan ook niet te laat uitsteken.

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *