Analyse

Analyse
Naar aanleiding van het op zaterdag 11 juli 2026 in de Amigoe verschenen artikel “Forse toename aantal klachten bij Ombudsman” moet een bredere en indringende discussie worden gevoerd over de verhouding tussen overheid en burger. Volgens het bericht ontving de Ombudsman in 2025 maar liefst 1.840 verzoeken, tegenover 958 klachten in 2024. Vooral ouderen, minvermogenden, kinderen en andere kwetsbare burgers zouden vaak pas na tussenkomst van de Ombudsman een reactie van de overheid hebben ontvangen.
Dit is meer dan alleen een tekortkoming in de dienstverlening. Wanneer een overheidsinstantie niet reageert, kan een burger maandenlang in onzekerheid blijven over een belastingaanslag, vergunning, uitkering of ander besluit. Voor kleine en startende ondernemers kan die onzekerheid rechtstreeks leiden tot hogere kosten, liquiditeitsproblemen en zelfs het stilvallen van de onderneming.
De ongelijkheid is duidelijk. Van burgers en ondernemers wordt verwacht dat zij wettelijke termijnen strikt naleven. Een bezwaarschrift dat te laat wordt ingediend, kan niet-ontvankelijk worden verklaard. Wanneer de overheid zelf niet binnen de voorgeschreven termijn beslist, volgt daarentegen vaak geen vergelijkbare consequentie. De burger moet opnieuw schrijven, bellen, een adviseur inschakelen of uiteindelijk naar de rechter stappen.
Juist daar ontstaat een feitelijke beperking van de toegang tot het recht. Een rechtsgang kan formeel bestaan, maar wanneer iemand geen jurist, belastingadviseur of advocaat kan betalen, blijft die rechtsbescherming vooral theoretisch. De kosten van bestuurlijke traagheid worden dan niet gedragen door de instantie die te laat handelt, maar door degene die al geruime tijd op een beslissing wacht.
Het systeem van de fictieve weigering verdient daarom heroverweging. Nu kan het uitblijven van een beslissing na verloop van tijd als een afwijzing worden beschouwd, waarna de burger zelf beroep moet instellen. Daarmee wordt bestuurlijk stilzitten feitelijk omgezet in een nieuwe juridische en financiële last voor de burger.
Voor daarvoor geschikte gevallen zou juist het omgekeerde uitgangspunt moeten gelden: wanneer een overheidsorgaan niet tijdig beslist en evenmin een rechtsgeldige verlenging bekendmaakt, wordt het verzoek of bezwaar geacht te zijn ingewilligd.
Bij belastingzaken is uitsluitend het opschorten van invordering, rente, boetes en vervolgingskosten onvoldoende. Een dergelijke maatregel beperkt weliswaar verdere schade voor de belastingplichtige, maar verbindt nog geen werkelijke consequentie aan het overschrijden van de wettelijke beslistermijn door de overheid.
Niet-tijdig beslissen zou daarom automatisch moeten leiden tot een concrete sanctie, bijvoorbeeld een dwangsom of financiële compensatie voor iedere dag vertraging. Daarnaast zou de overheid, wanneer een bezwaar of beroep geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, de werkelijk en redelijk gemaakte kosten van een ingeschakelde belastingadviseur of advocaat volledig moeten vergoeden.
De huidige, veelal forfaitaire proceskostenvergoeding dekt in de praktijk slechts een beperkt deel van die kosten. Daardoor blijft de burger of kleine ondernemer alsnog opdraaien voor de financiële gevolgen van een onjuist overheidsbesluit of langdurig bestuurlijk stilzitten.
Wanneer de inspecteur ook na een aanvullende hersteltermijn geen beslissing neemt, zou het bezwaar uiteindelijk geheel of gedeeltelijk als toegewezen moeten gelden. Een wettelijke termijn zonder merkbare gevolgen voor de overheid biedt immers onvoldoende bescherming aan de burger en vormt nauwelijks een daadwerkelijke prikkel tot tijdige besluitvorming.
Het voorstel van de Ombudsman voor een laagdrempelig en kosteloos juridisch loket verdient steun. Maar zo’n loket mag geen pleister worden op een systeem dat structureel niet tijdig functioneert. Evenmin mag deze problematiek worden aangegrepen om opnieuw, in verkapte vorm, langdurige buitenlandse technische bijstand binnen te halen zonder duurzame kennisoverdracht.
Curaçao beschikt over deskundige mensen. Wat nodig is, zijn gerichte opleidingen, moderne werkprocessen, duidelijke verantwoordelijkheden en investeringen in onze eigen ambtenaren en jonge professionals. Externe expertise kan tijdelijk nuttig zijn, maar uitsluitend wanneer zij aantoonbaar kennis overdraagt en de lokale capaciteit blijvend versterkt.
Een overheid die zelfstandigheid van burgers verlangt, moet ook zelf verantwoordelijkheid dragen. Rechtsbescherming begint niet bij de rechtszaal, maar bij een overheid die luistert, antwoordt en binnen haar eigen wettelijke termijnen beslist.
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.