Economische vrijheid vraagt ook om economische ruimte

Analyse

Een waardevolle oproep die een noodzakelijke vervolgvraag oproept 

Als het oorspronkelijke probleem structureel was, kan de oplossing dan uitsluitend individueel zijn?

Het artikel van Eugène Maduro over Tula, gepubliceerd in het ochtendblad EXTRA van zaterdag 15 augustus 2026, verdient bijzondere waardering. Niet alleen omdat Maduro op een respectvolle en goed doordachte wijze terugkijkt naar onze geschiedenis, maar vooral omdat hij die geschiedenis verbindt met een urgente vraag voor Curaçao vandaag. Hij brengt de strijd van Tula voor vrijheid naar het heden en stelt de huidige generatie in feite voor een nieuwe opdracht: economische vrijheid opbouwen en ervoor zorgen dat kennis, vermogen en eigendom aan volgende generaties kunnen worden doorgegeven.

Dat is een krachtige gedachte. Maar juist de kracht ervan roept een belangrijke vervolgvraag op: 

Als het oorspronkelijke probleem structureel was, kan de oplossing dan uitsluitend individueel zijn?

 Van vrijheid naar economische mogelijkheid

Maduro heeft gelijk wanneer hij oproept tot ondernemerschap, sparen, investeren, financiële kennis en eigendom. Een samenleving kan moeilijk duurzaam vooruitgaan wanneer iedere generatie opnieuw vanaf nul moet beginnen.

Maar om vermogen op te bouwen, moet er eerst daadwerkelijk een mogelijkheid bestaan om dat te doen. Daar ligt wellicht het volgende hoofdstuk van deze discussie.

Van iemand die van een minimumloon leeft, kunnen wij moeilijk verwachten dat hij eenvoudig spaart voor een woning, grond koopt, voldoende eigen vermogen opbouwt en vervolgens bij een commerciële bankfinanciering verkrijgt. Niet omdat die persoon geen ambitie heeft, maar omdat de financiële ruimte daarvoor vaak nauwelijks aanwezig is.

Wanneer toegang tot grond, krediet en kapitaal vooral bereikbaar is voor degenen die reeds vermogen bezitten, ontstaat een cirkel: wie bezit heeft, kan gemakkelijker nieuw bezit verwerven; wie niets bezit, moet aanzienlijk harder klimmen om überhaupt te kunnen beginnen.

Dan wordt economische vrijheid niet alleen een kwestie van mentaliteit, maar ook van toegang. 

De overheid moet mogelijkheden helpen creëren

Daarmee hoeft de overheid burgers niet afhankelijk te maken. Integendeel. Goed beleid moet mensen juist in staat stellen onafhankelijker te worden. Een belangrijke mogelijkheid zou bijvoorbeeld zijn dat publieke grond op een transparante en betaalbare wijze beschikbaar wordt gesteld aan inwoners die zelf een woning willen bouwen. Niet iedereen heeft direct een volledig afgewerkt huis nodig. Voor veel gezinnen kan een betaalbare bouwkavel, gecombineerd met toegankelijke financiering en technische begeleiding, het begin zijn van eigendom.

Daarbij kunnen vormen van garantiefinanciering, betaalbare startersleningen en regelingen voor mensen met lagere en middeninkomens worden ontwikkeld. De overheid hoeft daarbij niet noodzakelijk zelf alle financiering te verstrekken. Zij kan voorwaarden scheppen waardoor banken en andere financiële instellingen verantwoord meer mensen kunnen financieren.

Ook financiële educatie, vakopleiding, ondersteuning van kleine ondernemers en betere toegang tot overheidsopdrachten behoren tot diezelfde economische infrastructuur. 

Niet alleen banen, maar eigenaars creëren

De vraag die Curaçao zich daarom zou kunnen stellen is niet uitsluitend hoeveel banen economische groei oplevert.

Minstens zo belangrijk is:

Hoeveel nieuwe Curaçaose eigenaren creëert die groei?

Hoeveel gezinnen krijgen grond? Hoeveel mensen kunnen een eigen woning bouwen? Hoeveel kleine ondernemers kunnen uitgroeien tot bedrijven die zij later aan hun kinderen kunnen doorgeven? En hoeveel jongeren krijgen daadwerkelijk toegang tot kapitaal om een onderneming te beginnen?

Daarmee krijgt Maduro’s oproep een nog diepere betekenis.

 Van herdenken naar mogelijk maken

Tula vocht voor vrijheid. Latere generaties kregen juridische vrijheid. De uitdaging van 2026 is om die vrijheid steeds meer economische inhoud te geven.

Maduro legt terecht een verantwoordelijkheid bij onszelf: wij moeten sparen, leren, ondernemen, investeren en vooruitdenken. Maar daar hoort ook een verantwoordelijkheid van het systeem tegenover te staan. Want tegen een jongere zeggen “bouw vermogen op”, terwijl grond, krediet en kansen vrijwel buiten zijn bereik blijven, is onvoldoende.

De werkelijk krachtige boodschap zou daarom kunnen zijn:

 De burger moet bereid zijn economische vrijheid op te bouwen, maar de samenleving en overheid moeten ervoor zorgen dat hij daadwerkelijk de ruimte krijgt om dat te doen.

Pas dan kunnen wij bereiken wat Maduro zo treffend voor ogen stelt: 

Een generatie die niet alleen vrijheid erft, maar ook kennis, mogelijkheden en eigendom doorgeeft aan degenen die na haar komen.

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *