Reflectie

Reflectie
De recente woorden van een Kaap-Verdiaanse spreker in een publicatie op sociale media raken aan een bredere werkelijkheid die ook voor Curaçao herkenbaar is. Haar kernboodschap is eenvoudig, maar indringend:
Wanneer kleine eilanden plotseling aantrekkelijk worden voor de wereld, moet steeds opnieuw de vraag worden gesteld, wie plukt uiteindelijk de vruchten?
Ook Curaçao bevindt zich thans in een bijzonder historisch moment. Als kleinste land ter wereld dat deelneemt aan het WK geniet het eiland internationale publiciteit van ongekende omvang. Curaçao heeft niet alleen de wereld verbaasd door zich op dit podium te presenteren, maar ook door een doelpunt te maken tegen Duitsland en gelijk te spelen tegen Ecuador. In die wedstrijd tegen Ecuador werd bovendien geschiedenis geschreven door doelman Eloy Room (als enige), die in negentig minuten vijftien doelpunten wist te voorkomen. Zulke prestaties plaatsen Curaçao niet alleen sportief, maar ook symbolisch op de wereldkaart.
Die zichtbaarheid verdient -zoals reeds eerder werd aangegeven- trots. Zij bevestigt dat een klein eiland groot kan zijn in discipline, talent, moed en nationale uitstraling. Maar juist daarom moeten wij, naar aanleiding van de uitgangspunten van de spreker (Sophia), eerlijk durven vragen of deze internationale aandacht ook werkelijk leidt tot economische ontwikkeling die zichtbaar en voelbaar is voor de bevolking van Curaçao.
Want zichtbaarheid alleen betaalt geen huur, verlaagt geen kosten van levensonderhoud, creëert niet automatisch betaalbare woningen en garandeert ook niet dat lokale ondernemers sterker worden. Meer aandacht voor Curaçao kan leiden tot meer toerisme, meer investeringen, meer vastgoedinteresse en meer commerciële kansen. Maar als de opbrengsten daarvan onvoldoende circuleren binnen de lokale economie, dan ontstaat het risico dat Curaçao vooral aantrekkelijker wordt voor anderen, terwijl de eigen bevolking slechts beperkt meedeelt in de waarde die door haar naam, cultuur, land en identiteit wordt gecreëerd.
Dat is precies het punt waar wij alert op moeten zijn. Het gaat niet om een afwijzing van toerisme, buitenlandse investeringen of internationale belangstelling zoals door die spreker is aangegeven. Integendeel, Curaçao moet deze historische kans benutten. Maar benutten betekent dat ontwikkeling niet alleen zichtbaar mag zijn in hotelbezetting, vastgoedtransacties, internationale media-aandacht of toeristische groei. Zij moet ook zichtbaar zijn in betere kansen voor jongeren, sterkere lokale bedrijven, structurele ondersteuning van sport, bescherming van cultuur, betaalbare woonruimte en een economie waarin lokale gezinnen daadwerkelijk vooruitkomen.
Een land kan niet duurzaam groeien wanneer de bevolking voornamelijk deelneemt als werknemer, terwijl eigendom, grond, kapitaal en winststromen steeds meer buiten haar bereik komen te liggen. Dan wordt zichtbaarheid geen ontwikkeling, maar afhankelijkheid. Dan wordt de naam Curaçao internationaal sterker, terwijl de Curaçaoënaar zelf onvoldoende economisch sterker wordt.
De uitdaging is daarom om de WK-publiciteit om te zetten in lokaal eigenaarschap. Lokale ondernemers moeten worden verbonden aan toerisme en internationale promotie. Sportverenigingen en jeugdontwikkeling moeten structureel profiteren van het succes van het nationale elftal. Culturele expressie moet niet alleen worden verkocht, maar ook beschermd en eerlijk beloond. Investeringen moeten worden beoordeeld op hun bijdrage aan lokale waardecreatie.
Curaçao mag trots zijn op dit wereldmoment. Maar trots alleen is niet genoeg. De werkelijke overwinning ligt in de vraag of deze zichtbaarheid wordt omgezet in duurzame vooruitgang voor de bevolking. Want Curaçao is pas echt zichtbaar wanneer niet alleen de wereld naar ons kijkt, maar wanneer de eigen bevolking ook daadwerkelijk de vruchten plukt van de waarde die Curaçao in de wereld vertegenwoordigt.
Curaçao wint pas echt wanneer zichtbaarheid duurzame ontwikkeling wordt en de Curaçaoënaars vooruitgaan.
Slow living betekent ook niet dat iedere dag rustig moet zijn.
Een keuze is juridisch vrijwillig wanneer een land “nee” mag zeggen. Maar hoe vrijwillig is die keuze economisch wanneer aan dat “nee” zware consequenties kunnen worden verbonden?
Curaçao viert zijn kampioenen graag. Maar wie duurzame sportprestaties en een gezondere samenleving wil, moet eindelijk investeren in mensen, middelen en beleid.