Analyse

Analyse
Een vergelijkende analyse
Curaçao debuteert dit jaar op het WK voetbal, als kleinste land dat zich ooit kwalificeerde. Die historische prestatie heeft de toeristische aantrekkingskracht van het eiland niet veroorzaakt, maar wel sterk vergroot. Curaçao behoorde al vóór de kwalificatie tot de snelst groeiende bestemmingen ter wereld.
Onderzoekers Karym Leito en Jan Bant plaatsen daar een waarschuwing bij. Veel ondernemers en investeerders die van deze groei profiteren, komen van buiten het eiland. Daardoor bestaat het risico dat een groot deel van de opbrengsten Curaçao weer verlaat, terwijl inwoners worden geconfronteerd met hogere prijzen, druk op natuur en ruimte en minder betaalbare grond en woningen.
De vraag is daarom niet alleen hoeveel toeristen Curaçao ontvangt, maar vooral wie van die groei profiteert.
Op Cabo Verde wordt een vergelijkbare discussie gevoerd. Contentmaker Leyanne Oliviera (@Leyanneoliviera) stelde de vraag scherp: gaat het om toerisme, of om extractie?
Van extractie is sprake wanneer een land wel bezoekers en investeringen aantrekt, maar de opbrengsten vooral bij buitenlandse bedrijven terechtkomen. De lokale bevolking draagt ondertussen veel van de sociale, economische en ecologische kosten.
Cabo Verde en Curaçao delen ondanks hun verschillen een kwetsbare economische structuur: beide zijn kleine, importafhankelijke eilandeconomieën die sterk leunen op toerisme en buitenlands kapitaal.
Toerisme levert ongeveer een kwart van het bruto binnenlands product van Cabo Verde. In 2023 ontving het land ongeveer één miljoen bezoekers. Curaçao verwelkomde in 2024 circa 700.000 verblijfstoeristen en verwacht verdere groei door de zichtbaarheid rond het WK.
Bezoekersaantallen zeggen echter weinig over hoeveel geld lokaal achterblijft. Doorslaggevend is wie eigenaar is van hotels, restaurants, vastgoed en toeristische voorzieningen.
Cabo Verde trekt al decennialang buitenlandse investeringen aan, vooral op Sal en Boa Vista. Ook Curaçao is aantrekkelijk voor internationale vastgoedinvesteerders. Daardoor dreigt grond steeds meer een investeringsproduct te worden, terwijl diezelfde grond voor inwoners de basis vormt voor wonen, landbouw en toekomstperspectief.
Buitenlandse investeringen zijn niet per definitie ongewenst. Zij kunnen banen, kennis en infrastructuur opleveren. Maar de voorwaarden moeten transparant zijn en aantoonbaar voordeel opleveren voor de lokale samenleving.
Cabo Verde beschikt over weinig landbouwgrond en is sterk afhankelijk van geïmporteerd voedsel, hulp en overmakingen vanuit de diaspora. Curaçao importeert meer dan 90 procent van zijn voedsel en beschikt bij ernstige verstoringen slechts over beperkte voorraden.
Jaarlijks verlaat daardoor voor honderden miljoenen guldens het eiland. Een deel daarvan zou kunnen worden geïnvesteerd in lokale landbouw, innovatieve voedselproductie en werkgelegenheid.
Toerisme kan de afhankelijkheid vergroten wanneer hotels en resorts vooral geïmporteerde producten gebruiken, in plaats van structureel samen te werken met lokale producenten.
Oliviera benoemt ook de minder zichtbare prijs van toeristische groei: cultuur kan veranderen van een levende identiteit in een voorstelling voor bezoekers. Muziek, taal, eten en tradities worden dan verkocht als ervaring, terwijl de gemeenschap minder ruimte krijgt om die cultuur te bewaren en door te geven.
Ook jongeren dreigen vooral te worden opgeleid om anderen te bedienen, in plaats van zelf ondernemer, eigenaar, producent of investeerder te worden. Toerisme moet daarom niet alleen banen creëren, maar ook lokaal ondernemerschap mogelijk maken.
Wanneer armoede, ongelijkheid en toerisme samenkomen, kunnen uitbuiting, mensenhandel en seksueel misbruik ontstaan. Vooral vrouwen, jongeren en andere kwetsbare groepen lopen dan gevaar. Geen enkel land zou menselijke waardigheid mogen inruilen voor economische groei.
De kernvraag is niet of Curaçao toeristen moet ontvangen. Toerisme blijft een belangrijke economische pijler. De vraag is onder welke voorwaarden die sector groeit en wie daarover beslist.
Een duurzamer model vraagt om sterkere lokale voedselproductie, betere toegang tot financiering voor Curaçaose ondernemers, gerichte diaspora-investeringen, coöperatieve toerismemodellen en transparantie over fiscale voordelen en grondtransacties.
Cultuur moet een fundament van de samenleving blijven, geen decor waartegen anderen winst maken. Jongeren moeten niet alleen leren bezoekers te bedienen, maar ook eigenaar te worden van de economie die rond die bezoekers ontstaat.
Maar toerisme wordt pas werkelijk ontwikkeling wanneer vooral de lokale gemeenschap er sterker van wordt.
Naam en contactgegevens van de auteur zijn bekend bij de redactie. Op verzoek wordt de naam niet vermeld.
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.