Een titel voor Curaçao of een brug naar ontwikkeling?

CARICOM-geassocieerd lidmaatschap

Van geassocieerd lidmaatschap naar concrete ontwikkeling

 Een recente videoboodschap van premier Mia Amor Mottley van Barbados, gepubliceerd op haar officiële Facebookpagina na afloop van het OPEC Fund Development Forum 2026 in Wenen, roept ook voor Curaçao belangrijke vragen op. In deze terugblik op haar werkbezoek licht zij de internationale lancering toe van het Vulnerability to Viability (V2V) Compact (dit is een gezamenlijke afspraak om kwetsbare landen sterker en economisch levensvatbaar te maken), een initiatief dat klimaatkwetsbare landen betere toegang moet geven tot eerlijke, betaalbare en langerlopende ontwikkelingsfinanciering voor onder meer onderwijs, water en gezondheidszorg. Daarnaast beschrijft zij haar bilaterale gesprekken met onder andere het OPEC Fund, CAF-Development Bank of Latin America and the Caribbean, het Saudi Fund for Development, het Kuwait Fund for Arab Economic Development, UNIDO en UNODC.

Juist deze ontwikkelingen verdienen ook de aandacht van Curaçao. Sinds de toetreding als geassocieerd lid van CARICOM rijst immers de vraag of ons land deze nieuwe regionale en internationale samenwerkingsverbanden eveneens kan benutten voor investeringen in onderwijs, economische ontwikkeling, klimaatbestendige infrastructuur, moderne landbouw en voedselzekerheid. Of blijft het geassocieerd lidmaatschap voornamelijk een diplomatieke erkenning zonder tastbare economische meerwaarde voor de Curaçaose gemeenschap? 

Waarom werd Curaçao lid van CARICOM?

Curaçao trad op 28 juli 2024 officieel toe als geassocieerd lid van CARICOM. De overeenkomst werd tijdens de CARICOM-top in Grenada ondertekend door premier Gilmar Pisas en de toenmalige CARICOM-voorzitter Dickon Mitchell. Bij die gelegenheid sprak de Curaçaose regering over regionale handel, logistiek, landbouw, duurzame energie, digitale technologie, menselijk kapitaal en klimaatbestendigheid. De bedoeling was dus breder dan alleen politieke aanwezigheid. Curaçao wilde zich sterker verbinden met de regio, nieuwe economische relaties opbouwen en deelnemen aan regionale samenwerking.

Als geassocieerd lid mag Curaçao als waarnemer deelnemen aan vergaderingen van de regeringsleiders. Het land kan bovendien deelnemen aan vrijwel alle CARICOM-instellingen, met uitzondering van de Raad voor Buitenlandse en Gemeenschapsbetrekkingen. Curaçao mag in relevante overlegorganen voorstellen doen, programma’s helpen vormgeven en delen in de voordelen van regionale maatregelen en projecten. Het heeft echter niet dezelfde stemrechten als een volwaardig lid. Dat betekent dat het lidmaatschap geen lege titel hoeft te zijn. Maar voordelen ontstaan ook niet automatisch. 

Geen automatische toegang tot de financiële brug

Het V2V Compact is in eerste instantie opgezet voor de 74 landen van het Climate Vulnerable Forum en de V20. Curaçao staat momenteel niet afzonderlijk vermeld op de officiële ledenlijst. Tot de deelnemende Caribische landen behoren onder andere Barbados, Dominica, Grenada, Guyana, Haïti, Saint Lucia, Suriname en Trinidad en Tobago. Daarom kan niet zonder meer worden gesteld dat Curaçao, uitsluitend vanwege zijn CARICOM-status, rechtstreeks geld uit dit Compact kan aanvragen.

Ook het feit dat de Caribbean Development Bank bij het initiatief betrokken is, geeft Curaçao niet automatisch leenrechten. Alleen de officiële borrowing members van deze bank kunnen rechtstreeks bij haar lenen. Curaçao staat momenteel niet op die lijst. Andere geassocieerde CARICOM-leden, zoals de Britse Maagdeneilanden en de Kaaimaneilanden, zijn overigens wel afzonderlijk lid van de Caribbean Development Bank. Dat onderscheid is belangrijk: lidmaatschap van CARICOM is niet hetzelfde als lidmaatschap van iedere regionale ontwikkelingsbank of ieder financieringsprogramma.

 Toch liggen er reële kansen

Het V2V Compact is opgezet als een open en groeiend platform. Ontwikkelingsbanken moeten hun financiering beter laten aansluiten op plannen die landen zelf opstellen. De eerste nadruk ligt op onderwijs, water en gezondheid. Landbouw is nog geen afzonderlijke hoofdpijler, maar waterzekerheid, voedselproductie, klimaatbestendige infrastructuur en economische ontwikkeling zijn nauw met elkaar verbonden. Bovendien financiert het OPEC Fund wereldwijd ook voedselvoorziening, werkgelegenheid, infrastructuur en het midden- en kleinbedrijf. 

Voor Curaçao ligt de kans daarom vooral in actief diplomatiek en technisch handelen. De regering zou binnen CARICOM concrete voorstellen kunnen indienen voor klimaatbestendige scholen, wateropvang, irrigatie, moderne landbouwtechnologie, opslagfaciliteiten, agrarisch onderwijs en ondersteuning van jonge ondernemers. 

Ook kan worden onderzocht of Curaçao kan toetreden tot het Climate Vulnerable Forum, de Caribbean Development Bank of andere regionale financieringsmechanismen. Daarnaast kan Curaçao samen met bestaande deelnemende CARICOM-landen regionale projecten ontwikkelen. Een gezamenlijk project voor voedselzekerheid, landbouwkennis, waterbeheer of transport heeft mogelijk meer kans op internationale financiering dan een losstaand nationaal verzoek. 

Van vertegenwoordiging naar resultaat

Het geassocieerd lidmaatschap is dus geen automatische geldkraan. Het is eerder een toegangspoort tot vergadertafels, instellingen, kennis en samenwerkingsverbanden. Of daaruit werkelijk investeringen en banen voortkomen, hangt af van de voorbereiding en vasthoudendheid van Curaçao zelf. 

De bevolking mag daarom vragen welke concrete CARICOM-strategie de regering voor ogen heeft. Welke projecten zijn reeds ingediend? Welke financieringsinstellingen zijn benaderd? Welke ministeries, publieke instellingen en lokale bedrijven worden hierbij betrokken? En vooral: welke meetbare voordelen moeten burgers uiteindelijk in hun dagelijks leven ervaren? Een internationaal lidmaatschap krijgt pas betekenis wanneer het zichtbaar wordt in betere scholen, meer kansen voor jongeren, sterkere landbouw, betaalbaarder voedsel en een weerbaardere economie.

 CARICOM mag voor Curaçao geen status op papier blijven, maar moet worden omgezet in samenwerking die de bevolking daadwerkelijk vooruithelpt.

 Bron videofragment:
Officiële Facebookpagina van premier Mia Amor Mottley, videoboodschap vanuit Wenen na afloop van het OPEC Fund Development Forum 2026 (23 juni 2026).

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *