Sportbeleid Curaçao: het regeerprogramma spreekt, de begroting zwijgt

Analyse

Curaçao heeft een regeerprogramma met een indrukwekkend vocabulaire over sport: “fundament voor gezondheid, welzijn en discipline”, “trots en verbondenheid”, “nationaal topsportbeleid”. Drie speerpunten moeten dit waarmaken. Wie de Landsbegroting 2027-2030 naast dat programma legt, ontdekt iets ongemakkelijks: op het punt waar het beleid het meest concreet wordt — infrastructuur — staat er in drie van de vier begrotingsjaren letterlijk nul.

Speerpunt 1: Sportparticipatie op scholen

Het regeerprogramma stelt “versterking van het sport- en bewegingscurriculum in scholen” voorop als prioriteit, “zodat sport en beweging vanaf jonge leeftijd een vanzelfsprekend onderdeel zijn van opvoeding en ontwikkeling.”

De begroting toont een subsidiepost voor sport (code 165300) van 9,12 miljoen gulden in 2027, oplopend naar… 9,14 miljoen in 2030. Een groei van 15.100 gulden over drie jaar — geen 0,2% per jaar, maar over de hele periode. Geen indexatie voor inflatie, geen ruimte voor een uitgebreid curriculum, geen nieuwe docenten bewegingsonderwijs. Wat hier “versterking” heet, is in werkelijkheid een bevroren bedrag met een nieuw etiket.

Speerpunt 2: Topsportklimaat en internationale prestaties

“Met een nationaal topsportbeleid willen wij onze sporters ondersteunen om hun volle potentieel te bereiken”, belooft het programma. Sporters als rolmodellen die “het imago van ons land versterken.”

Een apart budget voor topsportbeleid staat nergens in de begroting. Wat er wél staat is een Sportfonds van 1,5 miljoen gulden per jaar — vlak, ongewijzigd van 2027 tot en met 2030. Geen groeipad, geen startkapitaal dat oploopt naarmate het fonds “geoperationaliseerd” raakt. Een fonds dat niet groeit, is geen fonds — het is een jaarlijkse subsidie met een chiquere naam.

Speerpunt 3: Sportinfrastructuur en governance                          

Dit is het punt waar de kloof tussen woord en geld het scherpst zichtbaar wordt. Het regeerprogramma noemt expliciet een “Onderhoud- en renovatieprogramma sportcomplexen” en belooft dat “sportfaciliteiten worden versterkt en duurzaam onderhouden.”

De kapitaaldienst — het deel van de begroting waaruit renovaties en nieuwbouw worden betaald — trekt voor sport (165300) precies 2 miljoen gulden uit. Voor 2027. Daarna: 2028 nul gulden, 2029 nul gulden, 2030 nul gulden.

Kapitaaldienst — Sport (165300)

2025

2026

2027

2028

2029/2030

Investering (ANG)

570.681

2.335.900

2.000.000

0

0

Bron: Land Curaçao, Begroting 2027, Beleidsdeel Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport — Kapitaaldienst, code 53/165300.

Drie van de vier jaar van dit kabinet heeft het “onderhoud- en renovatieprogramma sportcomplexen” geen cent investeringsbudget. En zelfs dat ene jaar met 2 miljoen is geen garantie: in 2025 werd van een vergelijkbaar bedrag slechts 570.681 gulden daadwerkelijk uitgegeven — nog geen kwart van wat begroot stond het jaar erna. Curaçao heeft dus niet alleen een begrotingsprobleem bij sport, maar ook een uitvoeringsprobleem. Geld dat er wél staat, wordt historisch gezien niet eens besteed.

Ook de belofte om “de governance van de sportsector te herstructureren” mist een fundament: er is geen aparte personeelsformatie voor sportbeleid. Er bestaat één gedeelde eenheid “Cultuur en Sport” van 16 tot 24 medewerkers — cultuur én sport samen — en dat aantal daalt eerder dan dat het groeit. Een herstructurering van een hele sector zonder extra beleidscapaciteit is een intentie, geen plan.

De cijfers in perspectief

Sport — subsidies plus investeringen samen — krijgt in 2027 ongeveer 11,1 miljoen gulden. Dat is 2,9% van het totale budget van het Ministerie van OWCS, en 0,42% van de volledige Landsbegroting van 2,19 miljard gulden.

Een sector die in het regeerprogramma als “fundament” wordt beschreven, ontvangt minder dan een half procent van de rijksmiddelen — en het enige deel dat over infrastructuur gaat, verdwijnt na één jaar volledig van de begroting.

Wat er moet gebeuren

Drie concrete stappen, geen vage oproepen:

  1. Meerjarige dekking voor het renovatieprogramma vastleggen, niet alleen benoemen. Een project dat expliciet in het regeerprogramma staat, hoort een begrotingslijn te hebben die de volle regeerperiode beslaat — niet één jaar gevolgd door drie nullen. De regering moet bij de begrotingsbehandeling 2028 alsnog kapitaal toewijzen, of publiekelijk uitleggen waarom dat project stilligt.
  2. Uitvoeringscapaciteit koppelen aan de governance-belofte. Een herstructurering van de sportsector kost beleidsmensen, niet alleen woorden. Zonder uitbreiding van de formatie blijft “governance versterken” een zin zonder uitvoerder.
  3. Verklaringsplicht bij onderuitputting. Met een realisatiegraad van 24% op investeringen in 2025 verdient de bevolking een verklaring waarom eerder toegekend geld niet werd besteed, vóórdat er weer nieuw geld wordt beloofd. Anders herhaalt het patroon zich: mooi programma, budgetregel, geen uitvoering.

Zolang die drie stappen uitblijven, blijft de conclusie onveranderd: het beleid spreekt over sport in de toekomende tijd, de begroting antwoordt met een nul.

Bronnen: Regeerprogramma 2025–2029, Kabinet Pisas III (Domein Sport) — Landsbegroting Curaçao, dienstjaar 2027, Beleidsdeel na RvA (Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport, Gewone Dienst en Kapitaaldienst).

 

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?
What to read next...

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *