Analyse
Terwijl Curaçao zijn economische toekomst doorgaans bespreekt in termen van woningbouw, toerisme, luchtvaart, fiscale hervormingen en beschikbare grond, vraagt een internationale ontwikkeling om onze aandacht. De zee wordt steeds nadrukkelijker beschouwd als een afzonderlijke investeringssector.
9 september 2026 j.l, organiseerde de United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) in het Xiamen International Expo Centre, gelegen in de Chinese havenstad Xiamen, een bijeenkomst over de oceaaneconomie en de toekomst van investeringen. Centraal stond niet alleen de economische waarde van de oceanen, maar ook de vraag hoe investeringen kunnen bijdragen aan industriële ontwikkeling zonder de ecologische draagkracht van de zee te overschrijden.
Dat is voor Curaçao geen theoretisch onderwerp. Het is een uitnodiging om opnieuw naar onze economische kaart te kijken.
Wanneer wij op Curaçao over de zee spreken, denken wij meestal aan stranden, duiken, cruiseschepen en toerisme. Dat zijn belangrijke economische activiteiten, maar de moderne oceaaneconomie is veel breder.
Zij omvat onder meer havens, scheepvaart, scheepsreparatie, duurzame visserij, mariene hernieuwbare energie, onderzeese digitale kabels, maritieme logistiek, onderzoek, kustbescherming, aquacultuur en biotechnologische toepassingen op basis van mariene organismen.
UNCTAD plaatst deze verschillende activiteiten nadrukkelijk binnen één investeringsvraagstuk. Welke projecten kunnen economisch rendement opleveren, werkgelegenheid creëren en tegelijkertijd bijdragen aan het verantwoord beheer van oceanen?
De internationale belangstelling is begrijpelijk. Volgens UNCTAD groeit de oceaaneconomie sneller dan verschillende traditionele sectoren. De handel in goederen en diensten die met de oceaan samenhangen, vertegenwoordigt inmiddels een aanzienlijk deel van de wereldeconomie. Tegelijkertijd waarschuwt de organisatie dat onvoldoende regulering kan leiden tot overexploitatie, vervuiling en verlies van biodiversiteit.
Economische groei en bescherming van de zee moeten daarom niet als tegengestelde belangen worden behandeld. Zonder gezonde zee bestaat er op lange termijn ook geen duurzame oceaaneconomie.
Curaçao heeft verschillende kenmerken die het eiland voor deze ontwikkeling interessant kunnen maken. Wij beschikken over een natuurlijke diepwaterhaven, een geografische ligging buiten de belangrijkste orkaanzone, verbindingen met internationale zeeroutes en een lange maritieme geschiedenis. Ook liggen onderzeese digitale verbindingen aan de basis van onze internationale connectiviteit.
Daar komt een grote maritieme omgeving bij. De economische betekenis van een eiland wordt immers niet alleen bepaald door zijn landoppervlakte. Ook de wateren waarbinnen maritieme economische rechten kunnen worden uitgeoefend, verdienen aandacht.
De vraag is daarom niet uitsluitend hoeveel grond Curaçao nog beschikbaar heeft voor hotels, woningen of bedrijven. De vraag is ook welke economische mogelijkheden zich op, rond en onder de zee bevinden.
Kan Curaçao bijvoorbeeld een sterkere regionale positie ontwikkelen in maritiem onderhoud, veilige data-infrastructuur, oceaanonderzoek of duurzame energie? Kunnen onze haven, kennisinstellingen en technische opleidingen beter op elkaar worden aangesloten? En kunnen wij jonge mensen voorbereiden op beroepen die vandaag nog nauwelijks in ons onderwijsaanbod voorkomen?
Het zou echter onverstandig zijn om de oceaaneconomie als een nieuwe goudkoorts te presenteren. Niet iedere internationale ontwikkeling past automatisch bij Curaçao. Offshore energie, aquacultuur en mariene biotechnologie vragen specialistische kennis, aanzienlijke investeringen en een duidelijk juridisch kader.
Bovendien is de zee geen onbenutte ruimte zonder bestaande belangen. Visserij, toerisme, natuurbeheer, scheepvaart, kustbewoners en toekomstige investeerders kunnen elkaar raken. Zonder ruimtelijke planning en transparante regels ontstaan snel conflicten.
Curaçao heeft daarom allereerst een goede nulmeting nodig. Welke maritieme activiteiten bestaan al? Welke economische waarde leveren zij op? Welke ecosystemen zijn kwetsbaar? Over welke kennis beschikken onze universiteiten, bedrijven en overheidsdiensten? En op welke onderdelen kunnen wij werkelijk concurreren in de regio?
Zo’n inventarisatie kan uitmonden in een nationale strategie voor de oceaaneconomie, met enkele duidelijke prioriteiten in plaats van een lange lijst ambities.
Tijdens de bijeenkomst van UNCTAD wordt ook aandacht besteed aan “blue finance”: financiering voor economische activiteiten die de oceaan duurzaam benutten of beschermen. Dat kan nieuwe kansen bieden, maar investeerders verlangen voorspelbaarheid.
Zij willen weten wie verantwoordelijk is voor vergunningen, welke milieunormen gelden, hoe projecten worden gecontroleerd en hoe lokale gemeenschappen meeprofiteren. Zonder duidelijk bestuur blijft de oceaaneconomie vooral een aantrekkelijk begrip op internationale conferenties.
De bijeenkomst van UNCTAD biedt Curaçao daarom een nuttig moment van reflectie. Wij hoeven niet iedere internationale trend te volgen. Maar wij kunnen het ons evenmin veroorloven om een ontwikkeling die zo nauw met onze ligging samenhangt, vanaf de kust te blijven bekijken.
Curaçao kijkt voor economische groei nog vooral naar land. Misschien ligt een deel van onze volgende economie juist op en onder zee. De beslissende vraag is of wij tijdig de kennis, bescherming en investeringsstrategie ontwikkelen om die mogelijkheid verantwoord te benutten.
Ook kleine aanpassingen kunnen verschil maken
Dayanara Chin-A-Lin-Roozendaal so a keda komo kandidato