De onzichtbare grenzen van onafhankelijkheid

De onzichtbare grenzen van onafhankelijkheid
Aankondiging vierdelige artikelenserie
Indringende vraag van Rudy Plaate klinkt vandaag actueler dan ooit. Wie bepaalt nog welke richting Curaçao uitgaat?
Naar aanleiding van de vele vragen en bezorgde reacties die de redactie van Clarity bereiken, kan deze discussie niet langer worden ontweken. Het bericht van Curaçao.nu van zaterdag 18 juli 2026, https://www.curacao.nu/nieuws/politiek-bestuur/92610/nederland-beslist-in-augustus-over-geld-voor-voortzetting-landspakket?pubble_source=fb&fbclid=IwdGRzaATLCztjbGNrBMsLDGV4dG4DYWVtAjExAHNydGMGYXBwX2lkDDM1MDY4NTUzMTcyOAABHkQ_0fLJyXfi2D4cMGbwriFrtPXkBxnjg75ioeN1enmIIlwOMzzJ9f8Erwuu_aem_y0A1XsvLUsFu8SzQ9Kp3Yw&sfnsn=wa,
dat Nederland in augustus beslist of na 2027 geld beschikbaar blijft voor het Landspakket en de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO), legt een ongemakkelijke werkelijkheid bloot: kennelijk moet Den Haag eerst beslissen voordat Curaçao verder kan met hervormingen die onze eigen toekomst bepalen.
Is dit samenwerking tussen autonome landen, of wordt afhankelijkheid hier bestuurlijk georganiseerd?
Wie betaalt, bepaalt
Het Landspakket moest Curaçao weerbaarder, bestuurlijk sterker en economisch zelfstandiger maken. Maar na bijna zes jaar wachten wij opnieuw op een Nederlands begrotingsbesluit. Daarna mag Curaçao projecten aandragen en Nederland proberen te overtuigen om mee te betalen.
Wie betaalt, stelt voorwaarden. Wie de deskundigen levert, beïnvloedt de richting. Wie de voortgang beoordeelt, bepaalt uiteindelijk ook wat als geslaagd wordt beschouwd.
Waarom moet dat zo?
Waarom kan Curaçao niet zelf vaststellen welke hervormingen noodzakelijk zijn, in welke volgorde deze worden uitgevoerd en welke resultaten de bevolking daarvan moet merken? Waarom heet Curaçao autonoom, terwijl een buitenlandse regering feitelijk beslist of essentiële hervormingen kunnen worden voortgezet?
TWO als instrument van rekolonisatie?
Steeds meer mensen krijgen de indruk dat TWO niet alleen ondersteunt, maar ook een vorm van bestuurlijke afhankelijkheid in stand houdt. Daardoor ontstaat de pijnlijke vraag of TWO geleidelijk is veranderd in een instrument van rekolonisatie: niet door militair bestuur of formele machtsovername, maar door financiële voorwaarden, externe deskundigheid, toezicht en invloed op de nationale beleidsagenda.
Dat is een zware kwalificatie. Maar juist daarom moet zij openlijk kunnen worden besproken.
Rekolonisatie begint immers niet noodzakelijk met het neerhalen van een vlag. Zij kan ook ontstaan wanneer een volk steeds minder vertrouwen krijgt in zijn eigen vermogen om te besturen en voor iedere belangrijke hervorming naar het voormalige moederland blijft kijken.
Zag Rudy Plaate dit al aankomen?
In “Mi ke sa ta kon Kòrsou lo bira” stelde Rudy Plaate een vraag die inmiddels bijna profetisch klinkt: hoe zal Curaçao uiteindelijk worden?
Was Plaate een visionair die voorzag dat wij staatkundige autonomie zouden krijgen, maar economisch en bestuurlijk afhankelijk zouden blijven? Zag hij aankomen dat onze eigen bestuurders zouden meewerken aan een systeem waarin Den Haag opnieuw richting geeft aan onze ontwikkeling?
Die vragen raken niet alleen de politiek. Zij raken ons collectieve bewustzijn.
Heeft Tula voor niets gestreden?
Tula streed tegen slavernij, vernedering en de ontkenning van menselijke waardigheid. Zijn strijd mag niet lichtvaardig worden gelijkgesteld aan een hedendaags beleidsconflict. Maar zijn boodschap blijft onmiskenbaar: een volk mag nooit berusten in een systeem waarin anderen structureel over zijn lot beschikken.
Heeft Tula voor niets gestreden als wij vandaag uit gemak, onzekerheid of financieel belang steeds meer zeggenschap uit handen geven? Wat is vrijheid waard zonder vertrouwen in de eigen kracht? Wat betekent autonomie wanneer wij zelf niet bereid zijn haar verantwoordelijkheid te dragen?
Curaçao, word wakker
Dit is geen oproep tegen Nederland. Het is een oproep vóór Curaçao.
Onze regering en Staten moeten uitleggen wat het Landspakket werkelijk heeft opgeleverd, hoeveel afhankelijkheid is afgebouwd en wanneer Curaçao de regie volledig overneemt.
De vraag is niet langer alleen hoeveel geld Nederland beschikbaar stelt. De vraag is veel fundamenteler:
Mi ke sa ta kon Kòrsou lo bira en wie uiteindelijk zal bepalen wat Curaçao wordt.
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.