Reflectie

Reflectie
Er is een cijfer dat de ronde doet in beleidskringen op de eilanden, en het is een goed cijfer: 14,1 procent groei in stopover-bezoekers op Curaço in mei, vergeleken met een jaar eerder. Het soort getal waarmee een minister van Toerisme graag een persconferentie opent. Maar één maand is geen trend, en een goed cijfer is nog geen goed beleid. De vraag die er onder de motorkap toe doet, wordt zelden gesteld: hebben we de rest van de motor eigenlijk wel op orde?
Toerisme is geen probleem. Het is, voor deze drie eilanden, een van de weinige sectoren die überhaupt op stoom kan komen: banen, deviezen, investeringen, internationale zichtbaarheid. De World Travel & Tourism Council verwacht dat de regio Centraal- en Zuid-Amerika dit jaar sneller groeit dan de rest van de wereld. Curaçao, Aruba en Sint-Maarten liften daarop mee, en dat is winst. Het probleem zit niet in de groei zelf. Het zit in wat die groei met de eilanden doet als niemand haar stuurt.
Kijk naar wat er gebeurt wanneer hotelbezetting record na record breekt, terwijl de buurman van de receptioniste geen betaalbare woning meer vindt. Kijk naar de bouwvakker die meehelpt aan het zoveelste resort, maar zelf in een functie zit zonder enig uitzicht op doorgroei. Kijk naar de groenteboer wiens prijzen meestijgen met de toeristische vraag, terwijl zijn loon dat niet doet. Dát is de rekening van ongestuurde groei, en die rekening komt niet bij de investeerder terecht, die komt bij de bewoner terecht.
Voor Curaçao is dit geen ver-van-mijn-bedshow. Het eiland wil groeien, en kan dat ook. Maar zonder regie kraakt straks de woningmarkt, verstopt het verkeer, en staan water, energie en afvalverwerking onder druk die ze niet aankunnen. Aruba weet inmiddels wat een economie doet die al decennia op één been leunt. Sint-Maarten heeft na orkanen en crises laten zien hoe snel toerisme kan terugveren — én hoe hard een eiland valt wanneer het maar op één sector kan terugvallen.
De discussie wordt vaak gevoerd alsof er een keuze is tussen toerisme en geen toerisme. Die keuze bestaat niet. De echte keuze is tussen gestuurd toerisme en stuurloze groei. En sturen betekent meer dan een mooie beleidsnota: het betekent een toeristenbelasting die aantoonbaar terugvloeit naar woningbouw en natuurbehoud, in plaats van te verdwijnen in de algemene pot. Het betekent vergunningen voor nieuwe hotels die rekening houden met wat een buurt aankan, niet alleen met wat een investeerder wil. Het betekent afspraken met cruiserederijen over hoeveel schepen een haven op één dag verdraagt. En het betekent opleidingstrajecten die van een baan in de horeca een carrière maken, in plaats van een eindstation.
Zonder die instrumenten blijft ‘gestuurd toerisme’ een zin voor op een verkiezingsposter.
Daarnaast geldt een simpele wet van eilandeconomieën: wie op één been staat, valt bij de eerste windvlwtaag. Een pandemie, een orkaan, een piek in de olieprijs, een verschuiving in de internationale reismark, thet is niet de vraag óf zoiets weer gebeurt, maar wanneer. Diversificatie is daarom geen ideologisch project, het is verzekeringsbeleid: digitale dienstverlening, duurzame energie, maritieme activiteiten, financiële diensten, zorgtoerisme, landbouw en voedselzekerheid verdienen evenveel beleidsaandacht als de volgende hotelketen.
Digitale onafhankelijkheid hoort daar nadrukkelijk bij, en niet als technisch voetnoot. Een fors deel van de boekingen, betalingen en gastdata van de eigen hotels loopt via internationale platforms die volledig buiten de eilanden om opereren. Een deel van elke toeristische dollar verdwijnt dus voordat de lokale economie hem ooit ziet, onzichtbaar voor de eigen banken en toezichthouders. Grip op eigen infrastructuur, data en betaalverkeer is dan ook geen luxe. Het is zelfbehoud, en het begint uitgerekend in de sector die het meeste geld binnenbrengt.
De vraag die beleidsmakers zichzelf moeten stellen, is niet hoeveel groei de sector aankan. Het is hoeveel groei de samenleving aankan. Een eiland dat voller wordt terwijl zijn burgers minder ruimte krijgen, groeit niet, het krimpt in alles wat telt. Echte vooruitgang laat zich niet aflezen aan het aantal vluchten dat landt, maar aan de woning die betaalbaar blijft, de baan die uitzicht biedt, en de kustlijn die niet dichtslibt.
Wie tijdig waarschuwt, kiest niet voor angst, maar voor verantwoordelijkheid; want een eiland dat vooruitziet, beschermt niet alleen zijn economie, maar ook zijn toekomst
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.