De waarde van Curaçao die men niet kan kleineren of begraven

Reflectie

Van sportieve wereldkracht naar bestuurlijk zelfvertrouwen
Curaçao kan meer dan winnen, Curaçao kan zichzelf dragen

Er zijn momenten waarop anderen proberen de waarde van Curaçao te verkleinen, te bespotten of onder het stof van de geschiedenis te begraven. Maar een volk dat zijn waardigheid, geloof en zelfbewustzijn met zich meedraagt, is niet gemakkelijk klein te krijgen. Curaçao mag klein zijn in oppervlakte, maar het heeft telkens opnieuw bewezen groot te zijn in geestkracht, talent en internationale betekenis.

De historische kwalificatie van het Curaçaose elftal voor het WK 2026 is daarvan een krachtig en ontroerend voorbeeld. Het is een prestatie die niet alleen in sportieve zin betekenis heeft, maar die ook raakt aan identiteit, erkenning en collectieve trots. Voor een klein eiland als Curaçao betekent deelname aan het grootste voetbalpodium ter wereld meer dan een ticket naar een toernooi. Het is een bevestiging dat ook een klein volk, met beperkte middelen maar met groot geloof in eigen kunnen, een plaats kan opeisen op het wereldtoneel.

Toch waren er kort na deze prestatie twee buitenlandse journalisten, één uit Nederland en één uit Italië, die meenden deze Curaçaose verwezenlijking op denigrerende wijze te moeten relativeren. Voor mijn gevoel klonk daarin niet slechts sportieve kritiek door, maar ook iets van afgunst en een oud superioriteitsgevoel dat moeite heeft met de zichtbaarheid van kleine volkeren wanneer zij boven zichzelf uitstijgen. Wie een historische prestatie van een klein eiland reduceert tot kleinerende woorden, zegt uiteindelijk meer over zijn eigen blikveld dan over de waarde van de spelers.

Want deze spelers vertegenwoordigen veel meer dan voetbal alleen. Zij dragen een vlag, een volk, een geschiedenis en een collectief verlangen naar erkenning. Zij vertegenwoordigen de kinderen die op stoffige velden dromen, de ouders die offers brengen, de trainers die blijven geloven, en een gemeenschap die weet dat waardigheid niet afhankelijk is van oppervlakte, bevolkingsaantal of buitenlandse goedkeuring.

Afgelopen weekeinde circuleerde op Facebook een overzicht van uitzonderlijke prestaties van Curaçao en Curaçaoënaars. Dat overzicht herinnerde ons eraan dat de WK-kwalificatie niet op zichzelf staat. Curaçao heeft al eerder wereldnamen voortgebracht en sporen nagelaten in de internationale geschiedenis. Anne Marie Braafheid droeg Curaçao met waardigheid uit op het wereldpodium van Miss Universe. Enith Brigitha werd een pionier in de internationale zwemwereld. Churandy Martina bracht Curaçaose sprintkracht naar olympische finales. Jean-Julien Rojer bereikte de wereldtop in het tennis. Andruw Jones schreef honkbalgeschiedenis, terwijl ook Didi Gregorius, Kenley Jansen en Ozzie Albies de naam van Curaçao in de Major League Baseball groot hebben gehouden. Liga Pabao van onze Little League werd wereldkampioen en bewees dat Curaçaose excellentie al op jonge leeftijd zichtbaar kan zijn. Ook Gabriëla Dos Santos, Verna Vasquez, Akisha Albert, Kanisha Sluis en Jacqueline Krijger hebben via Miss Universe en andere internationale podia onze naam met waardigheid, schoonheid, cultuur en zelfbewustzijn uitgedragen. Deze namen zijn slechts voorbeelden, want er zijn er nog meer!

Deze voorbeelden leren ons dat Curaçao geen toevallige voetnoot is in de wereldgeschiedenis. Het is een gemeenschap met een opmerkelijke nalatenschap. Een eiland dat, ondanks koloniale verhoudingen, beperkte schaal en vaak onderschatte mogelijkheden, telkens opnieuw mensen heeft voortgebracht die de wereld hebben laten zien dat talent geen geografische grenzen kent.

Daarom moeten wij onze geschiedenis niet uitsluitend door anderen laten vertellen. Curaçaoënaars moeten hun eigen verhaal blijven schrijven, bewaren en doorgeven. Niet uit arrogantie, maar uit historisch bewustzijn. Niet om anderen te kleineren, maar om onszelf niet langer te laten kleineren.

Tijdens de openingstoespraak voorafgaand aan de vriendschappelijke wedstrijd tussen Aruba en Curaçao op zaterdag 6 juni jl. herinnerde premier Pisas de aanwezigen er op waardige wijze aan dat de kwalificatie voor het WK veel meer betekent dan sport alleen. Het gaat om erkenning, identiteit, geloof, discipline en de bevestiging dat ook een klein eiland groot kan zijn wanneer het blijft geloven in zijn eigen kracht.

Of Curaçao op het WK zal winnen of verliezen, is uiteindelijk niet de kernvraag. Wat reeds is bereikt, is groter dan de uitslag van één wedstrijd. Curaçao heeft opnieuw laten zien dat grootheid niet wordt bepaald door oppervlakte of bevolkingsaantal, maar door karakter, talent, waardigheid en de geest van een volk dat blijft geloven in zichzelf. Dat is de waarde van Curaçao. Een waarde die men niet kan kleineren en niet kan begraven.

Van wereldpodium naar eigen toekomst

Op bestuurlijk niveau ligt hierin eveneens een belangrijke les besloten. Als Curaçao op sportief, cultureel en menselijk vlak telkens opnieuw kan bewijzen dat het boven zijn schaal kan uitstijgen, dan mogen wij ons ook bestuurlijk afvragen waarom wij niet met meer zelfvertrouwen, meer eigen verantwoordelijkheid en meer strategische moed kunnen bouwen aan een zelfstandiger Curaçao. Niet uit afkeer van anderen, maar uit geloof in onszelf. Niet vanuit roekeloosheid, maar vanuit volwassenheid, visie en collectieve discipline. Dezelfde geest die onze sporters en culturele ambassadeurs naar het wereldtoneel heeft gebracht, kan ook richting geven aan een bestuur dat durft te denken in eigen kracht. Yes, we can

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *