Wie bewaakt onze vrijheid wanneer contant betalen wordt begrensd?

Analyse

Een Europese wet die contante betalingen beperkt:

  1. Moeten burgers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten daar wakker van liggen?

  2. Of kunnen wij gerust verdergaan, omdat Brussel ver weg is en Europese regelgeving hier niet automatisch geldt?

Juist die geruststelling verdient een kritische vraag:

  1. Houdt de invloed van financiële regelgeving werkelijk op bij de grens van haar formele toepassingsgebied?

Vanaf 10 juli 2027 wordt de Europese antiwitwasverordening uit 2024 van toepassing. Artikel 80 begrenst contante betalingen voor goederen en diensten bij professionele handelaren en dienstverleners tot €10.000. Samenhangende betalingen worden bij elkaar opgeteld. Lidstaten mogen lagere grenzen hanteren. Daarmee wordt een bestaande betaalmogelijkheid wettelijk ingeperkt.

Contant geld wordt hiermee niet afgeschaft. Betalingen tussen particulieren die niet beroepsmatig handelen, vallen buiten deze limiet. Ook voor betalingen en stortingen bij bepaalde financiële instellingen bestaan uitzonderingen. Maar betekent het voortbestaan van bankbiljetten automatisch dat de financiële keuzevrijheid voldoende beschermd blijft? Een consument die bij een autodealer een aankoop boven de grens volledig contant wil afrekenen, verliest die mogelijkheid wel degelijk.

De Europese instellingen presenteren de maatregel als bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Dat zijn ernstige maatschappelijke problemen. Toch behoort juist bij zulke zwaarwegende argumenten de democratische tegenvraag te klinken: welke aantoonbare extra bescherming levert deze beperking op, en welke vrijheid levert de rechtmatige gebruiker daarvoor in? Een respectabel beleidsdoel ontslaat de overheid niet van de plicht haar middelen te verantwoorden.

Contant betalen biedt ruimte om een rechtmatige aankoop te doen zonder dat daarvoor noodzakelijk een banktransactie wordt vastgelegd. Wanneer die mogelijkheid wordt beperkt, groeit de afhankelijkheid van financiële tussenpersonen. Wie bepaalt vervolgens onder welke voorwaarden iemand over zijn eigen geld kan beschikken? Welke bescherming heeft de burger bij een onterechte blokkade, een langdurig onderzoek of uitsluiting van dienstverlening?

Ook voor ondernemers verdient de praktische uitwerking aandacht.

Stel dat een bedrijf in twee dagen €100.000 ontvangt uit afzonderlijke, toegestane contante verkopen. De Europese grens verbiedt zo’n totale omzet op zichzelf niet.

  1. Maar hoe werkbaar blijft contant ondernemen wanneer bewaring, vervoer, stortingskosten en verantwoording steeds zwaarder wegen?
  2. Kan een betaalmiddel formeel blijven bestaan, terwijl het gebruik ervan praktisch steeds onaantrekkelijker wordt?

Daar ligt een wezenlijke vraag.

Vrijheid kan worden beperkt door een rechtstreeks verbod, maar ook door omstandigheden waarin een wettelijk toegestane keuze nauwelijks uitvoerbaar blijft.

  1. Wie beoordeelt het gezamenlijke effect van wetgeving, bankvoorwaarden en toezicht op de gewone burger?

Voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten is juridische nauwkeurigheid noodzakelijk. De landen hebben een associatiestatus met de Europese Unie; deze verordening voert hier op 10 juli 2027 niet automatisch dezelfde cashlimiet in. Dat beantwoordt echter nog niet de vraag naar mogelijke indirecte gevolgen.

Zijn onze regeringen en parlementen op de hoogte van de toepassing vanaf juli 2027? Hebben zij onderzocht wat deze ontwikkeling kan betekenen voor inwoners die in Europa aankopen doen, voor handelsrelaties en voor het beleid van banken? Zijn hierover gesprekken gevoerd met de Centrale Bank van Aruba en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten? En worden eventuele voorstellen voor lokale overname vooraf openbaar besproken?

Landen die vrijheid en democratie uitdragen, mogen verwachten dat burgers vragen stellen wanneer financiële handelingsruimte wordt verkleind. Privacy behoeft geen verdenking om bescherming te verdienen.

De vraag is daarom niet uitsluitend of contant geld blijft bestaan.

  1. De vraag is hoeveel zeggenschap de burger behoudt over zijn rechtmatig verdiende geld, waarover hij reeds belasting heeft betaald.
  2. Waarom zou hij zich voor de besteding daarvan steeds verder moeten verantwoorden?
  3. En wie bewaakt zijn vrijheid voordat de volgende beperking vanzelfsprekend wordt?

Laten wij niet wachten tot het kalf verdronken is, zoals wij bij de bescherming van de autonomie van onze eilanden te vaak hebben ervaren. Juist nu moeten onze regeringen en parlementen duidelijkheid vragen, mogelijke gevolgen onderzoeken en waarborgen verlangen. Want wat blijft er van financiële vrijheid en privacy over wanneer wij pas in beweging komen nadat de ruimte daarvoor al is ingeperkt?

Also listen on

Gosa di akseso ilimita

Already a subscriber?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *