Analyse

Analyse
Curaçao is een democratische rechtsstaat. Artikel 9 van de Staatsregeling beschermt de vrijheid om zonder voorafgaande toestemming gedachten en gevoelens openbaar te maken. Maar betekent vrijheid van meningsuiting alleen dat kritiek wettelijk is toegestaan? Of moet een democratie er ook voor zorgen dat burgers en organisaties zich daadwerkelijk veilig voelen om hun mening te geven?
Op vrijdag 24 juli 2026 verscheen in het Antilliaans Dagblad een kritische analyse onder de titel “De afnemende leidersrol van de VBC”. Volgens het AD zou de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao bij belangrijke maatschappelijke vraagstukken te veel wachten op onderzoeksrapporten en overheidsbesluiten. Maar geldt deze kritiek uitsluitend voor de VBC?
Waar zijn onze vakbondsleiders? Waar zijn de beroepsorganisaties, kerken, maatschappelijke instellingen en andere belangenverenigingen die vroeger bijna dagelijks hun mening over het regeringsbeleid gaven? Waarom horen wij hen nauwelijks over de gevolgen van de sterke toeristische groei voor de lonen, arbeidsvoorwaarden, werkdruk, huisvesting, verkeersdrukte, natuur en kosten van levensonderhoud? En waarom blijven zij zo stil over het beleid en het handelen van de overheid?
Zijn deze organisaties achter de schermen actief? Wachten zij zorgvuldig op feiten? Of durven zij zich niet meer publiekelijk uit te spreken?
Is men bang om als tegenstander van de regering te worden beschouwd? Vrezen mensen voor hun baan, benoeming, subsidie, vergunning, overheidsopdracht of toekomstige zakelijke kansen? En als zulke gevoelens inderdaad bestaan, kunnen wij dan nog spreken van een volwaardige en gezonde democratische cultuur?
Deze vragen zijn niet uit de lucht gegrepen. Uit de overheidsbrede baseline-scan van SOAB van maart 2026 blijkt dat veel ambtenaren zich niet vrij voelen om kritiek te uiten of misstanden te melden, veelal uit angst voor represailles.
Curaçao.nu publiceerde hierover op 17 juni 2026 het artikel “Ambtenaren vrezen gevolgen van melden misstanden”. Enkele dagen later berichtte Paradise FM dat ambtenaren misstanden niet durven te melden uit angst voor represailles/wraak.
Hoewel het SOAB-rapport geen enkel overheidsbreed percentage noemt waaruit blijkt dat ruim 60 procent bang is, zijn de cijfers verontrustend. Bij het ministerie van Financiën gaf slechts 24 procent aan zich vrij te voelen om kritiek te uiten en voelde slechts 28 procent zich veilig om een integriteitskwestie te melden. Betekent dit niet dat een ruime meerderheid die vrijheid of veiligheid kennelijk niet ervaart?
Stilte is op zichzelf nog geen bewijs van onderdrukking. Maar wanneer ambtenaren, vakbonden en invloedrijke maatschappelijke organisaties steeds minder zichtbaar van zich laten horen, mogen daarover dan geen kritische vragen worden gesteld?
Heerst er werkelijk een angstcultuur op Curaçao? Is er vrees voor represailles? Of zijn onze maatschappelijke leiders eenvoudigweg hun richtinggevende rol kwijtgeraakt?
En misschien wel de belangrijkste vraag: wie durft deze stilte als eerste te doorbreken?
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.