De onzichtbare grenzen van onafhankelijkheid

De onzichtbare grenzen van onafhankelijkheid
Aankondiging vierdelige artikelenserie
In de aankondiging van deze serie stelden wij één centrale vraag: wanneer is een land werkelijk vrij?
In dit eerste deel beginnen wij bij de indringende boodschap van dr. Arikana Chihombori-Quao, voormalig ambassadeur van de Afrikaanse Unie in de Verenigde Staten. Zij waarschuwt dat politieke onafhankelijkheid niet automatisch economische vrijheid betekent.
Veel voormalige koloniën kregen in de twintigste eeuw een eigen vlag, een volkslied, een regering en vertegenwoordiging bij internationale organisaties. Daarmee leek het koloniale tijdperk afgesloten. Volgens Chihombori-Quao bleven achter die formele onafhankelijkheid echter financiële en economische structuren bestaan die de beleidsvrijheid van verschillende Afrikaanse landen ernstig beperkten.

Chihombori-Quao spreekt in haar toespraken over een “pact voor de voortzetting van de kolonisatie”. Daarmee beschrijft zij een samenhangend stelsel van monetaire afspraken, economische afhankelijkheden en historische machtsverhoudingen waardoor voormalige koloniën, ondanks hun formele onafhankelijkheid, economisch verbonden bleven aan hun voormalige koloniale machthebbers. Een centraal voorbeeld is de CFA-franc. Deze munt werd in 1945 ingevoerd voor Franse koloniën in Afrika en wordt nog steeds gebruikt in veertien West- en Centraal-Afrikaanse landen. De munt is gekoppeld aan de euro, terwijl Frankrijk de convertibiliteit garandeert.
Voorstanders wijzen op monetaire stabiliteit, een voorspelbare wisselkoers en bescherming tegen ernstige valutaschommelingen. De fundamentele vraag is echter welke prijs daarvoor wordt betaald. Kunnen landen werkelijk economisch zelfstandig zijn wanneer zij onvoldoende ruimte hebben om een eigen monetair beleid te voeren dat volledig aansluit bij hun nationale ontwikkelingsbehoeften?
In 2019 werden hervormingen aangekondigd voor de acht West-Afrikaanse landen die de CFA-franc gebruiken. De verplichting om een deel van de deviezenreserves bij de Franse schatkist aan te houden, werd voor deze landen formeel afgeschaft. Ook verdwenen de vaste Franse vertegenwoordigers uit bepaalde bestuursorganen van de West-Afrikaanse Centrale Bank. Op papier veranderde daarmee een aantal institutionele onderdelen. De kern van het systeem bleef echter bestaan. De vaste koppeling aan de euro werd gehandhaafd, tegen dezelfde wisselkoers van 1 euro voor 655,957 CFA-franc. Ook de onbeperkte convertibiliteitsgarantie van Frankrijk bleef behouden. Juist deze twee elementen behoren volgens de officiële hervormingsstukken tot de pijlers die bewust in stand zijn gehouden.
De aangekondigde vervanging van de CFA-franc door de ECO heeft evenmin geleid tot een fundamenteel nieuw monetair stelsel. De West-Afrikaanse Centrale Bank presenteert de CFA-franc nog steeds als de gemeenschappelijke munteenheid van de West-Afrikaanse Monetaire Unie.
Voor de zes Centraal-Afrikaanse landen die eveneens de CFA-franc gebruiken, golden de West-Afrikaanse hervormingen bovendien niet. Binnen deze monetaire samenwerking bleven de centralisatie van een deel van de deviezenreserves, de vaste wisselkoers en de Franse convertibiliteitsgarantie onderdeel van het systeem.
Juridisch en institutioneel werd het systeem dus aangepast, maar feitelijk bleven de belangrijkste afhankelijkheidsrelaties grotendeels overeind. De verpakking veranderde, maar de fundamentele vraag bleef dezelfde: wie heeft uiteindelijk de doorslaggevende zeggenschap over de monetaire instrumenten waarmee deze landen hun economie en toekomst moeten vormgeven?
De waarschuwing van Chihombori-Quao raakt daarmee aan een fundamentele vraag: wie beschikt uiteindelijk over de economische instrumenten waarmee een land zijn toekomst moet opbouwen?
Een land kan politiek onafhankelijk zijn, maar economisch afhankelijk blijven van buitenlandse valuta, financiële instellingen, schuldeisers, concessiehouders en internationale machtsblokken. Wanneer strategische beslissingen over geld, grondstoffen, infrastructuur en investeringen van buitenaf worden beïnvloed, krijgt onafhankelijkheid een beperkte betekenis.
Het gaat daarom niet uitsluitend om het bezit van een vlag, een volkslied of een eigen regering. Werkelijke vrijheid vereist ook het vermogen om zelfstandig economische keuzes te maken, nationale rijkdommen te beschermen en investeringen in te zetten voor de ontwikkeling van de eigen bevolking.
Onafhankelijkheid begint bij politieke vrijheid, maar eindigt daar niet. Zij krijgt pas werkelijke betekenis wanneer een samenleving ook voldoende zeggenschap heeft over haar geld, natuurlijke hulpbronnen, infrastructuur en ontwikkelingsrichting. De boodschap van Chihombori-Quao is daarom niet alleen relevant voor Afrika. Ook het Caribisch gebied en Curaçao moeten zich afvragen in hoeverre formele autonomie daadwerkelijk heeft geleid tot economische zelfstandigheid.
In deel 2 onderzoeken wij hoe economische afhankelijkheid kan voortbestaan zonder dat er nog één koloniale vlag wappert.
Pago mensual pa un kas por kuminsá for di XCG 550.